De veiligheidssituatie in Bagdad

Nederlands

De provincie Bagdad staat formeel onder controle van de Iraakse regering en de veiligheidsdiensten van de regering, maar momenteel zijn de prominent aanwezige sjiitische milities een belangrijke machtsfactor. Deze milities staan ook mee in voor de veiligheidscontroles en de ordehandhaving in Bagdad, wat vooral bij de soennitische minderheid voor wantrouwen en vrees voor een herhaling van de burgeroorlog van 2006-2007 zorgt.

ISIS is nog altijd actief in Bagdad, door middel van terreuraanslagen met explosieven: de hele stad en de omliggende gebieden worden regelmatig geconfronteerd met bomvoertuigen, zelfmoordvesten en bermbommen. Ondanks de zeer talrijke controleposten van politie, leger en milities maken deze aanslagen dagelijks slachtoffers onder de burgerbevolking. Het aantal slachtoffers door aanslagen en door andere vormen van geweld bedraagt iedere maand om en bij de 300 doden en 700 gewonden. Dit cijfer blijft sinds begin 2015 stabiel. Er zijn iets minder spectaculaire aanslagen met zware autobommen, maar dit wordt gecompenseerd door een groter aantal aanslagen met kleinere hoeveelheden springstof. De slachtoffers zijn in overgrote meerderheid burgers. ISIS heeft vanaf einde 2015 opnieuw aanvallen met militaire middelen en tactiek uitgevoerd, maar deze blijven tot nu zeer uitzonderlijk, het gaat om slechts twee, terwijl er maandelijks tientallen aanvallen zijn met alleen explosieven.

Naast de terreur door ISIS zijn er verschillende sjiitische milities actief in de stad en in de provincie, deze maken jacht op vermeende ISIS-strijders, handhaven mee de orde, en bewaken de sjiitische wijken. Bij hun activiteiten gaan zij hardhandig te werk, en er zijn talrijke berichten over arrestaties, mishandelingen en verdwijningen van burgers. Dagelijks worden ook lijken gevonden, maar vaak is het niet mogelijk om de daders te identificeren, omdat ook onafhankelijk opererende leden van milities en criminele bendes gelijkaardige misdaden begaan, bijvoorbeeld om losgeld af te persen van ontvoerde burgers.

Soennieten in Bagdad lopen een groter risico om slachtoffer te worden van sjiitische milities dan sjiieten. Deze milities handelen in feitelijke straffeloosheid, en de overheid is niet willens of niet machtig om hen te beteugelen.

Er zijn geen duidelijke geografische verschillen vast te stellen: het geweld treft heel Bagdad, en er is geen wijk die gespaard blijft van aanslagen; hetzelfde geldt voor de buitengebieden.

Er bevinden zich ongeveer 600.000 binnenlandse vluchtelingen in de provincie Bagdad, de meeste werden verdreven uit de regio’s die onder de controle van ISIS staan, of waar gevechten tussen de regeringstroepen en sjiitische milities tegen ISIS plaatsvinden. De IDP’s leven meestal bij gastfamilies of in huurwoningen, maar hun economische situatie is vaak precair, en zij moeten beroep doen op humanitaire hulp. Bijna alle IDP’s geven aan terug te willen keren naar hun thuis zodra de situatie het toelaat. Er is een beperkte terugkeer naar de op ISIS heroverde steden en gebieden op gang gekomen, maar het aantal ontheemden in Bagdad is daardoor nog niet verminderd, omdat er nog altijd nieuwe bijkomen.

De impact van het geweld op het dagelijkse leven van de burgers in Bagdad is gemengd: enerzijds worden verplaatsingen bemoeilijkt door de talrijke controles, maar anderzijds is Bagdad nog steeds een functionerende grootstad, ondanks de veiligheidsrisico’s en de frequente problemen met de infrastructuur. De stad wordt niet belegerd door ISIS, de bevoorrading met levensnoodzakelijke goederen is verzekerd, de verkeerswegen zijn open (ook de internationale luchthaven), maar de economische situatie is door de tegenvallende inkomsten van de staat, de grote uitgaven voor de oorlog en de economische ontwrichting door de meer dan drie miljoen ontheemden in het hele land zodanig verslechterd dat de ontevredenheid onder de bevolking sterk is toegenomen. Er zijn talrijke betogingen tegen het falende beleid van de overheid om de infrastructuur op punt te brengen, en vooral ook tegen de alomtegenwoordige corruptie. Deze betogingen worden zwaar bewaakt door de veiligheidsdiensten, en het is nog niet tot aanslagen tegen betogers gekomen.

De scholen zijn open en er is gezondheidszorg, al staat de laatste onder druk, en was er in het najaar van 2015 een uitbraak van cholera, die echter kon worden bedwongen.

Beleid

Door een toename in geweld- en terreurdaden is de veiligheids– en mensenrechtensituatie in Irak sinds het voorjaar van 2013 verslechterd. Naar aanleiding van het grondoffensief dat IS sinds juni 2014 in Irak voert, is de situatie verder geëscaleerd.  Dit heeft geleid tot een bloedig intern gewapend conflict. Burgers worden hierbij geviseerd door de strijdende partijen omwille van etnische, religieuze of politieke redenen.  In de loop van 2015 kwam IS meer en meer onder druk te staan in verschillende regio’s in Irak en slaagden de Iraakse veiligheidstroepen, de sjiitische milities en de Koerdische peshmerga er in om IS uit een deel van de veroverde gebieden te verdrijven. In 2016 werd IS verder teruggedrongen en werden grote stukken van het gebied onder controle van IS terug ingenomen door regeringstroepen. De herovering van gebieden bezet door IS had een duidelijk merkbare impact op de veiligheidssituatie in Irak in het algemeen. Ook in 2017 is er sprake van een verdere daling van het geweld.

Uit de beschikbare informatie blijkt dat het geweldsniveau, de impact van het terreurgeweld, en de gevolgen van het offensief van IS nog steeds regionaal erg verschillend zijn. De sterk regionale verschillen typeren de veiligheids- en mensenrechtensituatie in Irak. Concreet betekent dit dat de situatie in het Noord- en Zuid-Irak verschillend is van de situatie in Centraal-Irakese provincies.

Land: 
Irak

Nieuw adres CGVS