Wijzigingen door het EU Asiel- en Migratiepact

Het EU Asiel- en Migratiepact (het Pact) werd in 2024 aangenomen. Het pact omvat 10 wetgevingsinstrumenten die het Europese asiel- en migratiekader hervormen. De EU-lidstaten moeten vanaf 12 juni 2026 het Pact toepassen. Meer info en de teksten van de verordeningen zijn te vinden op de website van de Europese Commissie.

Voor het CGVS zijn vooral de volgende instrumenten belangrijk:

  • Asielprocedureverordening (2024/1348): van toepassing op verzoeken ingediend en intrekkingsprocedures opgestart vanaf 12 juni 2026;
  • Kwalificatieverordening (2024/1347): van toepassing op alle verzoeken vanaf 12 juni 2026.

Met het oog op de toepassing van de voornoemde instrumenten zullen wijzigingen worden aangebracht aan de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (de Vreemdelingenwet) en aan het koninklijk besluit van 11 juli 2003 tot regeling van de werking en de rechtspleging voor het CGVS. Op 6 maart 2026 stemde de Belgische ministerraad in met de indiening in het parlement van een voorontwerp van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet, mede ter uitvoering van het Pact in de Belgische wetgeving.

Hieronder vindt u alvast de belangrijkste wijzigingen die voortvloeien uit het Pact op het niveau van het CGVS. Er dient onderlijnd te worden dat onderstaande pas van toepassing is vanaf 12 juni 2026.

Vanaf 12 juni 2026 zal de informatie op onze website aangepast worden aan de nieuwe regels en bevoegdheden. Ook de brochures zullen in lijn worden gebracht met de wijzigingen die het Pact met zich meebrengt.

Opname van het persoonlijk onderhoud

De Asielprocedureverordening verplicht tot geluidsopname van elk persoonlijk onderhoud dat door het CGVS wordt afgenomen. Deze opname vormt een bijkomende waarborg voor de verzoeker om internationale bescherming.

Alle gehoorlokalen worden uitgerust met kwaliteitsvolle opnameapparatuur, uitsluitend bestemd voor dit doel. Voor persoonlijke onderhouden in gevangenissen en gesloten centra wordt gebruikgemaakt van beveiligde mobiele apparatuur, die dezelfde kwaliteits- en vertrouwelijkheidsnormen garandeert.

Het CGVS treft de nodige maatregelen om de vertrouwelijkheid van het persoonlijk onderhoud en de verwerking van persoonsgegevens te waarborgen. De opnames worden beveiligd via versleuteling, veilige opslag en een strikt beperkte toegang voor bevoegd personeel. De raadpleging door de verzoeker en/of zijn advocaat (eventueel met tolk en voogd) gebeurt onder strikt vastgestelde voorwaarden. Meer informatie hierover zal beschikbaar zijn op de website van het CGVS.

Versnelde procedure

Op basis van de Asielprocedureverordening moet er onder de versnelde procedure een beslissing genomen worden door het CGVS binnen de drie maanden, gerekend vanaf het indienen van het verzoek om internationale bescherming. De versnelde procedure zal bovendien op grotere schaal worden toegepast, omdat lidstaten verplicht zijn een verzoek om internationale bescherming volgens deze procedure te behandelen zodra deze onder een van de tien vastgestelde versnellingsgronden valt.

Een belangrijke nieuwe versnellingsgrond is dat een verzoek versneld moeten worden behandeld wanneer de verzoeker afkomstig is van een derde land waarvoor de beschermingsgraad 20% of lager is op basis van de laatst beschikbare jaargemiddelden van Eurostat voor de gehele Unie. Dit tenzij het CGVS sinds de publicatie van deze data significante wijzigingen vaststelt of de verzoeker tot een categorie van personen behoort waarvoor de voornoemde beschermingsgraad niet representatief is.

Volgende verzoeken

Naast verzoeken die worden ingediend nadat een verzoeker in België een definitieve beslissing heeft ontvangen, omvat dit ook de ‘transnationale volgende verzoeken’. Dit zijn verzoeken om internationale bescherming die worden ingediend na een definitieve beslissing in een andere lidstaat van de Europese Unie.

Expliciete en impliciete intrekkingen

De terminologie voor de beëindiging van de behandeling van een verzoek wordt vervangen door een impliciete of een expliciete intrekking van het verzoek. Bij een expliciete intrekking geeft de verzoeker zelf aan afstand te doen van diens verzoek om internationale bescherming. Bij een impliciete intrekking wordt de behandeling van het verzoek om internationale bescherming beëindigd, omdat verzoeker geacht wordt impliciet afstand te hebben gedaan van diens verzoek.

De Asielprocedureverordening voorziet niet alleen in een aanscherping van de mogelijkheid tot het overgaan tot het nemen van een impliciete intrekkingsbeslissing, maar voorziet ook dat het CGVS verantwoordelijk wordt gesteld voor het nemen van een expliciete of impliciete intrekkingsbeslissing op basis van vaststellingen van andere bevoegde autoriteiten, bijvoorbeeld van de Dienst Vreemdelingenzaken vooraleer zij het dossier zouden overgedragen hebben.

‘Veilige landen’-concepten

De Asielprocedureverordening breidt de concepten van veilige landen van herkomst en veilige derde landen uit en harmoniseert ze op EU-niveau.

Voor veilige landen van herkomst wordt een bindende EU-lijst ingevoerd (van toepassing vanaf 12 juni 2026), die voorrang krijgt op de Belgische lijst, al blijft er ruimte voor een aanvullende nationale lijst. Kandidaat-landen voor EU-lidmaatschap worden in principe ook als veilige landen van herkomst beschouwd, tenzij één van de volgende omstandigheden geldt:

  • er is een internationaal of binnenlands gewapend conflict;
  • er zijn EU-sancties tegen dat land wegens schending van grondrechten;
  • de beschermingsgraad door EU-lidstaten voor internationale bescherming van burgers uit dat land ligt boven 20 %.

Voor veilige derde landen wordt het toepassingsgebied verruimd: een duidelijke band met het derde land is niet langer steeds vereist, aangezien ook louter transit of een overeenkomst met een derde land kan volstaan om een verzoek niet-ontvankelijk te verklaren. De Asielprocedureverordening voorziet bovendien in de mogelijkheid om een EU-lijst van veilige derde landen vast te stellen, al wordt deze niet op korte termijn verwacht.

Leeftijdsbeoordeling

De Asielprocedureverordening bepaalt dat het CGVS instaat voor de leeftijdsbeoordeling van minderjarige verzoekers wanneer er twijfel bestaat over hun leeftijd. Daarbij legt de verordening een aantal minimumvoorwaarden vast. Zo moet bij twijfel, op basis van verklaringen en andere indicaties, eerst een multidisciplinair onderzoek worden uitgevoerd, met inbegrip van een psychosociaal onderzoek. De beoordeling mag niet uitsluitend steunen op uiterlijke kenmerken of gedrag, en een medisch onderzoek kan slechts als laatste middel worden ingezet. Op basis van voornoemde minimumvoorwaarden werd er door het CGVS een kwalitatieve leeftijdsbeoordelingsprocedure uitgetekend voor verzoekers. Meer informatie hierover zal later beschikbaar zijn op de website van het CGVS.