Vrouwelijke genitale verminking (VGV)

Nederlands

Volgens de bestaande cijfers over vrouwelijke genitale verminking (VGV) in Niger is sprake van een daling van de nationale prevalentie van 5 % in 1998, naar 2,2 % in 2006 en 2 % in 2012, tot 0,7 % in 2021.

Uit de Demography and Health Study (DHS) van 2012 komt naar voren dat bij de meerderheid van de respondenten een deel van de uitwendige vrouwelijke genitaliën tijdens de ingreep is verwijderd (incisie met weefselverwijdering). Een veel kleiner deel heeft een “lichtere” besnijdenisvorm ondergaan (incisie zonder weefselverwijdering). Het aandeel vrouwen bij wie de vaginale opening werd gesloten, bedraagt 6 %. In bijna alle gevallen is de ingreep uitgevoerd door een traditionele besnijdster of arts (96 %). De ngo Comité nigérien sur les pratiques traditionnelles (CONIPRAT) vermeldt verder niet-klassieke ingrepen zoals het oprekken van de clitoris en/of schaamlippen, verbranding van de clitoris en omliggende weefsels, perforatie of incisie van de clitoris en het inbrengen van planten in de vagina om deze te vernauwen, lokaal bekend als Dangouria in het Hausa, Habizé in het Zarma en Tamari in het Kanuri.

De opeenvolgende bevragingen tonen dat de ingreep bij de overgrote meerderheid van de bevraagde besneden vrouwen wordt uitgevoerd door traditionele besnijdsters.

Bronnen halen aan dat vanwege de lage VGV-prevalentie in Niger, er relatief weinig vrouwelijke respondenten in de opeenvolgende bevragingen vrouwenbesnijdenis ondergaan hebben. De bronnen wijzen erop dat voorzichtigheid geboden is bij het analyseren van gedetailleerde verdelingen per regio, etnie, opleiding, economische klasse enzovoort. VGV wordt in de meeste gevallen op jonge leeftijd uitgevoerd, voor de leeftijd van 5 jaar. Prevalentiecijfers verschillen naargelang de regio: in de regio Tillabéri overtreft het percentage besneden vrouwen het landelijk gemiddelde. In afgelegen regio’s en gebieden langs de landsgrenzen is de kennis en toepassing van de anti-VGV-wetgeving zwak en zijn meisjes kwetsbaarder voor de praktijk. 

Motieven voor VGV komen vaak voort uit culturele, sociale of religieuze regels. Uit de opeenvolgende bevragingen komt naar voren dat de steun voor vrouwenbesnijdenis in Niger daalt.

Artikels 232 en 233 van de Strafwet criminaliseren alle vormen van VGV. In de praktijk zijn er weinig toepassingen van deze wetsartikels.

De overheid spreekt zich uit tegen VGV. Het ministerie voor de Bevordering van Vrouwen en Kinderbescherming (ministère de la Promotion de la Femme et de la Protection de l’Enfant) is de overheidsafdeling die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de inspanningen om VGV in Niger uit te bannen. Het ondersteunt CONIPRAT bij het leiden van de nationale aanpak.

CONIPRAT implementeert verschillende initiatieven in de strijd tegen vrouwenbesnijdenis zoals bewustwordingscampagnes en hulpprogramma’s voor slachtoffers. Andere organisaties die werken rond bescherming tegen VGV zijn de ngo Santé de la reproduction pour une maternité sans risque (SRMSR) DIMOL, de Association des jeunes filles pour la santé de la reproduction (AJFSR), de Ligue nigérienne des droits des femmes (LNDF) en de Cellule nigérienne des jeunes filles leaders (CNJFL).

Beleid

Het beleid dat de commissaris-generaal voert, is gestoeld op een grondige analyse van nauwkeurige en actuele informatie over de algemene situatie in het land van oorsprong. Die informatie wordt op professionele manier verzameld uit verschillende objectieve bronnen, waaronder het EUAA, het UNHCR, relevante internationale mensenrechtenorganisaties, niet-gouvernementele organisaties, vakliteratuur en berichtgeving in de media. Bij het bepalen van zijn beleid baseert de commissaris-generaal zich derhalve niet alleen op de op deze website gepubliceerde COI Focussen opgesteld door Cedoca, dewelke slechts één aspect van de algemene situatie in het land van herkomst behandelen.

Uit het gegeven dat een COI Focus gedateerd zou zijn, kan bijgevolg niet worden afgeleid dat het beleid dat de commissaris-generaal voert niet langer actueel zou zijn.

Bij het beoordelen van een asielaanvraag houdt de commissaris-generaal niet alleen rekening met de feitelijke situatie zoals zij zich voordoet in het land van oorsprong op het ogenblik van zijn beslissing, maar ook met de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van de asielzoeker. Elke asielaanvraag wordt individueel onderzocht. Een asielzoeker moet op een voldoende concrete manier aantonen dat hij een gegronde vrees voor vervolging of een persoonlijk risico op ernstige schade loopt. Hij kan dus niet louter verwijzen naar de algemene omstandigheden in zijn land, maar moet ook concrete, geloofwaardige en op zijn persoon betrokken feiten aanbrengen.

Voor dit land is geen beleidsnota beschikbaar op de CGVS website.

Land: 
Niger