Veiligheidssituatie in Zuid-Irak

Nederlands

Deze COI Focus maakt een stand van zaken op van de veiligheidssituatie in het zuiden van Irak. Het onderzoek richt zich in het bijzonder op de periode van juni 2017 tot februari 2018, en werd uitgevoerd in februari 2018.

Deze analyse beoogt een globaal beeld van het geweld dat in de zuidelijke provincies Babil, Basra, Karbala, Najaf, Wassit, Qadisiya, Thi-Qar, Missan en al-Muthanna voorkomt.

Dit document is een update van de COI Focus Irak – Veiligheidssituatie Zuid- Irak van 18 juli 2017.

De negen zuidelijke provincies van Irak zijn niet rechtstreeks verwikkeld geraakt in het offensief dat ISIS in juni 2014 inzette in Centraal-Irak, met uitzondering van het noorden van Babil, waar IS heeft geprobeerd om via de verkeerswegen ten westen en zuidwesten van Bagdad aanvalsroutes naar de hoofdstad te openen. Dit offensief ging gepaard met talrijke aanslagen en ook met hevige gevechten in enkele steden. ISIS is er niet in geslaagd om de controle over Noord-Babil te veroveren, en het aantal burgerslachtoffers in de hele provincie nam vanaf begin 2015 duidelijk af. In 2016 is ISIS er in geslaagd om een aantal zware aanslagen in Zuid-Irak te plegen, de twee zwaarste in de provincie Babil, de anderen in Basra, Thi Qar, Al-Muthanna en Karbala. In 2017 daalde het geweld in Zuid-Irak verder. Het meeste geweld is geconcentreerd in de provincies Babil en Basra en er vonden een beperkt aantal aanslagen plaats. De zwaarste aanslag vond plaats op 14 september 2017 in Nasiriya en kost 84 personen het leven.

Er is nog geen substantiële terugkeer van binnenlandse ontheemden naar hun woonplaatsen in Babil op gang gekomen, en de op ISIS heroverde plaatsen worden vooral door sjiitische milities gecontroleerd.

In de overwegend sjiitische Zuid-Iraakse provincies Najaf, Karbala, Basra, Wassit, Qadisiya, Thi-Qar, Missan en al-Muthanna zijn rechtstreekse confrontaties tussen het Iraakse leger en ISIS niet aan de orde. Het geweld in deze regio beperkt zich hoofdzakelijk tot een beperkt aantal terreuraanslagen en confrontaties tussen rivaliserende stammen.

Beleid

Door een toename in geweld- en terreurdaden is de veiligheids– en mensenrechtensituatie in Irak sinds het voorjaar van 2013 verslechterd. Naar aanleiding van het grondoffensief dat IS sinds juni 2014 in Irak voert, is de situatie verder geëscaleerd.  Dit heeft geleid tot een bloedig intern gewapend conflict. Burgers worden hierbij geviseerd door de strijdende partijen omwille van etnische, religieuze of politieke redenen.  In de loop van 2015 kwam IS meer en meer onder druk te staan in verschillende regio’s in Irak en slaagden de Iraakse veiligheidstroepen, de sjiitische milities en de Koerdische peshmerga er in om IS uit een deel van de veroverde gebieden te verdrijven. In 2016 werd IS verder teruggedrongen en werden grote stukken van het gebied onder controle van IS terug ingenomen door regeringstroepen. De herovering van gebieden bezet door IS had een duidelijk merkbare impact op de veiligheidssituatie in Irak in het algemeen. Ook in 2017 is er sprake van een verdere daling van het geweld.

Uit de beschikbare informatie blijkt dat het geweldsniveau, de impact van het terreurgeweld, en de gevolgen van het offensief van IS nog steeds regionaal erg verschillend zijn. De sterk regionale verschillen typeren de veiligheids- en mensenrechtensituatie in Irak. Concreet betekent dit dat de situatie in het Noord- en Zuid-Irak verschillend is van de situatie in Centraal-Irakese provincies.

Land: 
Irak

Nieuw adres CGVS