Veiligheidssituatie in Mogadishu

Nederlands

Dit onderzoek maakt een stand van zaken op over de veiligheidssituatie in de Somalische hoofdstad Mogadishu. Het richt zich in het bijzonder op de periode van 1 december 2020 tot en met 1 juni 2021. Dit document is een update van de COI Focus van 27 december 2020. Cedoca heeft het onderzoek afgesloten op 6 juni 2021.

De veiligheidssituatie in Somalië blijft onstabiel. De terreurgroep AS wordt door verschillende bronnen, waaronder de VN-Veiligheidsraad, gezien als een ernstige bedreiging voor de vrede en de veiligheid in het land.

Hoewel AS geen controle meer heeft over Mogadishu, blijven ze direct en indirect de confrontatie aangaan met de overheid en regeringsstrijdkrachten in de stad. Mogadishu wordt tijdens de verslagperiode getroffen door doelgerichte aanslagen tegen overheidspersoneel en tegen veiligheidspersoneel (meestal met vuurwapens of granaten) en in minder mate door terreuraanslagen met geïmproviseerde explosieven.

Een aanhoudende politieke crisissituatie over het verkiezingsproces leidt op 25 april 2021 tot een korte uitbarsting van geweld in bepaalde districten in de hoofdstad tussen enerzijds zwaarbewapende muitende soldaten en antiregeringsmilities en anderzijds de veiligheidsdiensten. ACLED telt minstens vijf gedode soldaten.

Het geweld in de hoofdstad stijgt in december 2020, het begin van de huidige verslagperiode, in vergelijking met de periode juni - november 2020. Daarna volgt het aantal gewelddaden een fluctuerende lijn, met een piek in april 2021, gevolgd door het laagste aantal door ACLED geregistreerde incidenten in deze verslagperiode in mei 2021.

AS voert in Mogadishu gerichte moordaanslagen en terreuraanvallen uit op overheidsambtenaren, veiligheidstroepen en internationaal personeel op de luchthaven, in hotels, bars, coffeeshops, restaurants, politiebureaus en overheidsgebouwen. Hoewel AS bepaalde groepen viseert, vallen er soms burgerdoden. Verschillende bronnen stellen vast dat AS minder grootschalige, complexe aanvallen uitvoert en zich toelegt op het gebruik van geïmproviseerde explosieven. Tijdens de verslagperiode zijn bij de helft van de door ACLED geregistreerde incidenten vuurwapens betrokken. De andere helft zijn aanslagen met explosieven (IED’s en granaten).

Naast terreurgroepen zijn er ook nog andere actoren verantwoordelijk voor het geweld, zoals de Somalische veiligheidsdiensten, muitende legereenheden, milities en onbekende gewapende groepen. ACLED registreert ook gewelddadige clanconflicten en criminele incidenten die soms burgerdoden eisen.

Officiële cijfers over incidenten en (burger)slachtoffers in Mogadishu zijn niet beschikbaar. Burgers worden soms doelbewust (bijvoorbeeld personen werkzaam in de administratie en zakenlui) en soms als nevenschade (als passant bij een bomaanslag) slachtoffer van het geweld. Tijdens de verslagperiode registreert ACLED 48 incidenten als violence against civilians met 36 burgerdoden. Het geweld dat ACLED registreert onder explosions/remote violence maakt in de huidige verslagperiode 105 doden, waaronder ook burgers.

Verschillende bronnen waarschuwen dat de focus op het terreurgeweld in de hoofdstad andere vormen van geweld aan de aandacht onttrekt. Het is ook niet steeds duidelijk wie effectief verantwoordelijk is voor het geweld en wat het motief is. Verschillende bronnen wijzen op het wanbeheer, de corruptie, de clanrivaliteit, de slechte coördinatie binnen de veiligheidsdiensten en het gebrek aan civiele controle. Tijdens de ordehandhaving doen zich misbruiken voor. Er heerst een klimaat van straffeloosheid. AS is diep geïnfiltreerd in de veiligheidsdiensten. Deze slagen er niet in de burgerbevolking afdoende te beschermen tegen het (terreur)geweld. Hierdoor staan burgers in voor hun eigen veiligheid en bescherming en beroepen ze zich op andere gewapende groepen om zich te beschermen, zoals clanmilities, privémilities en AS. De clan waartoe een persoon behoort biedt geen bescherming tegen indirect geweld (“being at the wrong place at the wrong time”), tegen een aanval van een onbekende dader of tegen een aanslag van AS, aldus verschillende bronnen. Wel kan de clan als afschrikkingsmiddel dienen voor gewelddadige misdrijven.

Bepaalde hoofdstedelijke districten zijn veiliger dan andere. De geraadpleegde bronnen stellen dat de overheid in bepaalde districten in het noorden nauwelijks of niet aanwezig is en bestempelen de districten Heliwaa, Yaaqshiid en Dayniile als onveilig. De meeste van de door ACLED geregistreerde gewelddaden vonden in de verslagperiode plaats in de districten Dayniile, gevolgd door de districten Hodan, Yaaqshiid en Karaan.

Tijdens de verslagperiode kampt de hoofdstad nog steeds met de corona-epidemie. De door de overheid ingestelde maatregelen hebben een impact op het functioneren van de veiligheidsdiensten, op de nationale economie en de werkgelegenheid, op de al ondermaatse gezondheidszorg en op het dagelijkse leven van de inwoners van Mogadishu (zoals de mobiliteit en basisvoorzieningen). Door de beperkte gezondheidszorg is het niet mogelijk de verspreiding van het virus op te volgen, noch alle coronapatiënten te verzorgen.

In vergelijking met de vorige verslagperiode verwachten waarnemers een bescheiden economische groei maar dit kan een stijging van het aantal mensen die in 2021 onder de armoedegrens leven, in totaal 74 % van de bevolking, niet verhinderen.

Mogadishu kent de grootste concentratie van IDP’s in het hele land, volgens sommige bronnen tot 25 % van de inwoners. Ze leven verspreid over naar schatting 700 informele nederzettingen, samen met andere kwetsbare groepen: economische vluchtelingen en armen. Terugkeerders uit de diaspora, uit Kenia, Libië en Jemen, settelen zich ook meestal in de hoofdstad. Uit armoede en bij gebrek aan netwerk belanden sommigen onder hen in de IDP-nederzettingen.

Sinds het begin van de verslagperiode telt de hoofdstad 200.000 nieuwe IDP’s. De meerderheid ontvlucht hun huis in de hoofdstad door de verslechterde veiligheidssituatie. Na het wegebben van het geweld eind april 2021, keren sommigen terug naar hun woningen. De overige IDP’s vluchten naar de hoofdstad omwille van klimatologische redenen (droogte of overstromingen). Door het gebrek aan basisvoorzieningen en geschikte huisvesting lopen de IDP’s in de informele nederzettingen het risico op een tweede ontheemding.

Beleid

Na de val van president Siad Barre in 1991 is Somalië in chaos gedompeld. Verschillende autoriteiten hebben elkaar sinds 2000 opgevolgd. Somaliland en Puntland zijn in de jaren ‘90 de facto onafhankelijk geworden van de federale staat Somalië. De algemene veiligheidssituatie in Somalië wordt grotendeels bepaald door een langdurig aanslepend intern gewapend conflict, waardoor zeer veel Somaliërs intern ontheemd zijn of hun toevlucht genomen hebben in het buitenland. Voor de beoordeling van de nood aan internationale bescherming houdt de commissaris-generaal er rekening mee dat er fundamentele verschillen bestaan tussen de situatie in Mogadishu, Centraal- en Zuid-Somalië enerzijds en de situatie in de Somaliland en Puntland anderzijds.

Land: 
Somalië