Veiligheidssituatie in het zuidoosten

Nederlands

In 1966 leidden twee grote militaire staatsgrepen tot een grootschalige campagne tegen de Igbo-bevolkingsgroep, met politieke onrust, etnisch geweld en economische spanningen tot gevolg. De Igbo beschuldigden de federale regering van marginalisering. Op 30 mei 1967 scheidde Igboland (zuidoosten) zich af, wat leidde tot de “Biafra-oorlog”, die in drie jaar tijd meer dan een miljoen doden eiste, voornamelijk door hongersnood.

Meer dan 50 jaar na de burgeroorlog blijft de kwestie van Biafra bestaan. Diepgewortelde identiteitsgevoelens en het gevoel van marginalisering blijven separatistische bewegingen voeden, met name via sociale netwerken die historische herinneringen aan Biafra vertolken, reproduceren en verspreiden. De neo-Biafraanse beweging pleit nog steeds voor de afscheiding van de Igbo-bevolkingsgroep van Nigeria.

Sinds 2021 is er een heropleving van het geweld als gevolg van verschillende factoren, zoals economische tekorten, administratieve nadelen, politieke marginalisering, culturele en religieuze verschillen, nostalgie naar het oude Biafra en het verlangen naar een progressiever land. Van 1 januari 2023 tot 18 juli 2025 registreerde het Armed Conflict Location & Event Data Project (ACLED) in het zuidoosten van Nigeria 1.683 incidenten, waarbij 2.109 slachtoffers vielen.

Van de onafhankelijkheidsgroeperingen lijkt de in 2013 opgerichte Indigenous People of Biafra (IPOB) de overhand te hebben gekregen op de in 1999 opgerichte Movement for the Actualization of the Sovereign State of Biafra (MASSOB). In 2021, na de nieuwe arrestatie van leider Nnamdi Kanu, splitste de IPOB zich in twee facties: het Directorate of State (DOS), onder leiding van Chika Edoziem, en Autopilot, onder leiding van Simon Ekpa. Het Eastern Security Network (ESN) is de paramilitaire tak van het DOS. Nnamdi Kanu heeft nog steeds veel aanhangers in het zuidoosten van Nigeria, vooral onder jongeren, maar zijn invloed lijkt af te nemen onder de elite en de oudere inwoners van de regio. De Autopilot-tak, die eerst werd omgedoopt tot Biafra Republic Government in Exile (BRGIE), is nu United States of Biafra (USB) geworden, en de gewapende tak ervan is het Biafra Liberation Army (BLA). Deze dissidente factie geeft instructies om in opstand te komen tegen de lockdown, die worden opgevolgd uit overtuiging of uit angst voor geweld.

Andere, minder belangrijke groeperingen eisen eveneens de onafhankelijkheid van Biafra. Sommige activisten zetten zich echter oprecht in voor de afscheiding en streven dit doel na zonder zich in te laten met criminele activiteiten, terwijl anderen, de zogenaamde unknown gunmen en vervolgens de Umuoma, de afscheidingsstrijd als een handig voorwendsel gebruiken om hun illegale acties uit te voeren. Als gevolg daarvan zijn secessionisme, banditisme, gewapende aanvallen en ontvoeringen nauw met elkaar verweven in het zuidoosten. Het is moeilijk precies te bepalen welk van deze fenomenen bij elke geweldepisode een rol speelt.

De Nigeriaanse autoriteiten hebben daarom altijd gekozen voor een repressieve aanpak.

De leden van de IPOB zijn een specifiek doelwit van de veiligheidsdiensten. In dit kader worden regelmatig talrijke schendingen van de mensenrechten aan de kaak gesteld. De Biafraanse onafhankelijkheidsgroeperingen onderdrukken afwijkende stemmen en richten hun gewapende aanvallen op de veiligheidsdiensten.

In het zuidoosten van Nigeria profiteren nieuwe criminele groeperingen van het gebrek aan overheidsgezag. Ze combineren gewapende rebellie, georganiseerde misdaad en lokale machtsvormen om zich duurzaam te vestigen."

Volgens de geraadpleegde databanken zijn de staten Anambra en Imo het zwaarst getroffen door het geweld. Er zijn echter opvallende verschillen tussen de verschillende Local Government Areas (LGA's) waaruit deze staten bestaan.

Behalve voor de grensstaten van Kameroen heeft Cedoca geen precieze cijfers gevonden over de verplaatsingen van bevolkingsgroepen in het onderzochte gebied.

De veiligheidscrisis en de lockdownmaatregelen beperken de vrijheid van meningsuiting, informatie en beweging, alsook de toegang tot openbare diensten zoals ziekenhuizen en scholen. Ook het sociaal-economische weefsel van Zuidoost-Nigeria wordt zwaar getroffen, met aanzienlijke en langdurige economische kosten tot gevolg.

Beleid

Het beleid dat de commissaris-generaal voert, is gestoeld op een grondige analyse van nauwkeurige en actuele informatie over de algemene situatie in het land van oorsprong. Die informatie wordt op professionele manier verzameld uit verschillende objectieve bronnen, waaronder het EUAA, het UNHCR, relevante internationale mensenrechtenorganisaties, niet-gouvernementele organisaties, vakliteratuur en berichtgeving in de media. Bij het bepalen van zijn beleid baseert de commissaris-generaal zich derhalve niet alleen op de op deze website gepubliceerde COI Focussen opgesteld door Cedoca, dewelke slechts één aspect van de algemene situatie in het land van herkomst behandelen.

Uit het gegeven dat een COI Focus gedateerd zou zijn, kan bijgevolg niet worden afgeleid dat het beleid dat de commissaris-generaal voert niet langer actueel zou zijn.

Bij het beoordelen van een asielaanvraag houdt de commissaris-generaal niet alleen rekening met de feitelijke situatie zoals zij zich voordoet in het land van oorsprong op het ogenblik van zijn beslissing, maar ook met de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van de asielzoeker. Elke asielaanvraag wordt individueel onderzocht. Een asielzoeker moet op een voldoende concrete manier aantonen dat hij een gegronde vrees voor vervolging of een persoonlijk risico op ernstige schade loopt. Hij kan dus niet louter verwijzen naar de algemene omstandigheden in zijn land, maar moet ook concrete, geloofwaardige en op zijn persoon betrokken feiten aanbrengen.

Voor dit land is geen beleidsnota beschikbaar op de CGVS website.

Land: 
Nigeria