Veiligheidssituatie

Nederlands

Deze COI Focus is een update van de COI Focus Libanon - De veiligheidssituatie van 2 juni 2017. Het onderzoek heeft betrekking op de periode juni 2017 - december 2017. Het onderzoek liep tot 10 december 2017.

In Libanon wordt de macht verdeeld volgens confessionele quota, met als gevolg een politiek sterk gepolariseerd systeem vatbaar voor conflict en buitenlandse inmenging. Libanon kent een zwakke staatsstructuur en een broos sektarisch evenwicht. Wapens zijn wijdverspreid en in combinatie met de aanwezigheid van gewapende milities houdt dit volgens de VN-Veiligheidsraad een veiligheidsrisico voor Libanese burgers in. Het land wordt getroffen door de Syrische burgeroorlog, die de politiek verder polariseerde, een massale vluchtelingencrisis teweegbracht en sektarische spanningen deed stijgen. Men neemt een toegenomen polarisatie waar tussen de soennitische en sjiitische gemeenschap in het land. De meeste veiligheidsincidenten zijn geworteld in het Syrische conflict. Anderzijds zit de recente Libanese burgeroorlog nog stevig verankerd in het collectieve Libanese geheugen en bij elke opstoot van spanningen zijn de verschillende politieke en religieuze leiders geneigd om tot kalmte op te roepen. De naoorlogse regeling tot machtsdeling alsook de belangen van de verschillende sektarische elites voorkomen volgens analisten een nieuwe burgeroorlog.

Het geweld in Libanon was in vergelijking met buurland Syrië nooit grootschalig en beperkte zich de voorbije jaren tot een schaduwoorlog in de vorm van aanslagen (op voornamelijk leger en Hezbollah-doelwitten), grensgeweld tussen de strijdende partijen en sektarische kidnappings. De twee Libanese politieke kampen gingen sinds 2015 over tot een politieke dialoog. In 2016 en 2017 stellen waarnemers een verbetering van de algemene veiligheidssituatie vast. Mede door de operaties van het leger en Hezbollah alsook door de ontwikkelingen in Syrië nam de schaal van geweld beduidend af. In 2017 kende Libanon een combinatie van politiek momentum, een betere veiligheidssituatie en brede steun voor het leger. Met de verkiezing van een president en de vorming van een brede coalitieregering eind 2016 kwam een einde aan een lange periode van instabiliteit. Iran vergrootte hiermee haar invloedssfeer ten opzichte van Saoedi-Arabië in Libanon. Buiten Saoedi-Arabië heeft geen enkele andere staat (Iran, Israël) noch Libanese politieke groepering belang bij een escalatie van het geweld en het risico op een burgeroorlog in Libanon. Hezbollah domineert het Libanese politieke en militaire landschap en heeft een de facto vetorecht over alle regeringsbeslissingen.

Sinds april 2014 is een militair veiligheidsplan van kracht in Tripoli, Akkar en de Bekavallei. Dit wierp volgens de verschillende bronnen vruchten af. Verschillende lokale salafistische bewegingen werden ontmanteld en een groot aantal strijders gearresteerd. Daar waar de meeste burgerdoden in 2014 vielen bij sektarisch geweld in een aantal dichtbevolkte wijken in Tripoli en in de zuidelijke buitenwijken van Beiroet, kwam een einde aan dit geweld. Mede door de toegenomen veiligheidsmaatregelen en ontplooiing van het leger vinden sinds april 2014 geen gewapende confrontaties meer plaats tussen alawitische en soennitische milities in Tripoli. Daarnaast kwam een einde aan de golf van aanslagen met autobommen in sjiitische regio’s, vooral in de zuidelijke buitenwijken van Beiroet, waarbij proportioneel veel burgerdoden vielen. De laatste terroristische aanslag in Beiroet betrof een dubbele zelfmoordaanslag op 12 november 2015 in de zuidelijke sjiitische wijk Bourj al-Barajneh.

In 2016 en de eerste helft van 2017 concentreerde het geweld zich in de grensregio met Syrië, voornamelijk in de noordoostelijke Bekavallei (Arsal, Ras Baalbek). Er werd in deze afgelegen bergen aan de grens een kleinschalige uitputtingsslag gestreden waarbij strijders van HTS en IS uit een hinderlaag legerposten aanvallen en Hezbollah of het leger op hun beurt strijders belagen. IS en HTS bekampten ook elkaar waarbij langs beide kanten verliezen werden geleden. Tijdens de eerste helft van 2017 bleven kleinschalige aanvallen op militaire doelwitten plaatsvinden waarbij doden of gewonden vielen, nagenoeg uitsluitend onder de strijdende partijen. Libanon herstelde in de zomer 2017 staatscontrole over de noordoostelijke grensregio en pakt hiermee een deel van de veiligheidsimpact van de oorlog in Syrië aan. Met het vertrek van nagenoeg 1000 IS- en HTS-strijders, kwam een einde aan de dagelijkse gewapende confrontaties in de noordoostelijke grensregio.

Met het einde van het gewapend geweld en controle van het Assad-regime in een groot deel van West-Syrië, namen de aanvallen vanuit Syrië (raket- en mortieraanvallen door rebellengroepen en luchtaanvallen door het Syrische leger) in de verslagperiode eveneens verder sterk in intensiteit af. Na de zomer van 2017 werd geen Syrisch grensgeweld gerapporteerd.

In de overige regio’s is het overwegend rustig. Tijdens de verslagperiode bleef de situatie in Zuid-Libanon stabiel ondanks de dreigende retoriek langs weerskanten. VN-resolutie 1701 die een einde maakte aan het conflict tussen Hezbollah en Israël in 2006 blijft grotendeels nageleefd. Beide partijen houden zich aan een wederzijds afschrikkingsevenwicht.

In de Palestijnse kampen blijft, met uitzondering van Ayn al-Hilwah, de huidige veiligheidssituatie relatief kalm. In Ayn al-Hilwah bleven in de verslagperiode de gewapende confrontaties zich herhalen tussen de Palestijnse Gezamenlijke Veiligheidsmacht verbonden met Fatah en de radicaal islamistische groepen onder leiding van Bilal Badr. Van november 2016 tot november 2017 vielen bij dergelijk geweld in het kamp (1,5 km²) minstens vijftig doden. Aangezien de schietgevechten plaatsvinden in drukbevolkte wijken bevinden zich hieronder verscheidene burgers. De nieuw gevormde Gezamenlijke Veiligheidsmacht ontplooide zich in de meest gevoelige wijken maar de situatie blijft gespannen. De wapenstilstanden houden niet lang stand.

Beleid

Het beleid dat de commissaris-generaal voert, is gestoeld op een grondige analyse van nauwkeurige en actuele informatie over de algemene situatie in het land van oorsprong. Die informatie wordt op professionele manier verzameld uit verschillende objectieve bronnen, waaronder het EASO, het UNHCR, relevante internationale mensenrechtenorganisaties, niet-gouvernementele organisaties, vakliteratuur en berichtgeving in de media. Bij het bepalen van zijn beleid baseert de commissaris-generaal zich derhalve niet alleen op de op deze website gepubliceerde COI Focussen opgesteld door Cedoca, dewelke slechts één aspect van de algemene situatie in het land van herkomst behandelen.

Uit het gegeven dat een COI Focus gedateerd zou zijn, kan bijgevolg niet worden afgeleid dat het beleid dat de commissaris-generaal voert niet langer actueel zou zijn.

Bij het beoordelen van een asielaanvraag houdt de commissaris-generaal niet alleen rekening met de feitelijke situatie zoals zij zich voordoet in het land van oorsprong op het ogenblik van zijn beslissing, maar ook met de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van de asielzoeker. Elke asielaanvraag wordt individueel onderzocht. Een asielzoeker moet op een voldoende concrete manier aantonen dat hij een gegronde vrees voor vervolging of een persoonlijk risico op ernstige schade loopt. Hij kan dus niet louter verwijzen naar de algemene omstandigheden in zijn land, maar moet ook concrete, geloofwaardige en op zijn persoon betrokken feiten aanbrengen.

Voor dit land is geen beleidsnota beschikbaar op de website.

Land: 
Libanon

Nieuw adres CGVS