Sinds eind 2024 neemt het geweld in Zuid-Soedan gestaag toe. In maart 2025 ontslaat president Kiir zijn eerste vicepresident Machar en plaatst hem onder huisarrest. In september 2025 klaagt de regering Machar en 20 medeverdachten van de Sudan People’s Liberation Movement/Army-in-Opposition (SPLM/A-IO) aan voor verraad en misdaden tegen de menselijkheid. In het lopende proces worden ze ervan beschuldigd betrokken te zijn geweest bij een aanval op een militaire kazerne in Nasir in maart 2025. Toen werd een helikopter van de Verenigde Naties (VN) aangevallen door White Army-militanten, een Nuer-militie met banden met Machar, waarbij een generaal en meerdere soldaten om het leven kwamen. Na dit incident escaleert het geweld in Upper-Nile. De South Sudan People's Defence Forces (SSPDF) en gelieerde troepen voeren een reeks willekeurige luchtaanvallen uit op nederzettingen en andere burgergebieden, met burgerslachtoffers en ontheemding van de burgerbevolking tot gevolg.
Het geweld breidt geografisch uit naar Jonglei, net als Upper-Nile sinds lange tijd beschouwd als een oppositiebolwerk, en Unity. Ook in de maanden juli tot september 2025 blijven aanhoudende gewapende conflicten tussen de SSPDF en gelieerde gewapende groeperingen enerzijds, en de SPLA-IO en gelieerde milities, voornamelijk White Army, anderzijds, de veiligheidssituatie in delen van de staten Jonglei en Upper-Nile aanzienlijk verslechteren. Deze confrontaties gaan gepaard met willekeurige luchtaanvallen, beschietingen en bombardementen, en een onbekend aantal burgerslachtoffers en ontheemding tot gevolg.
De VN melden dat het aantal doden als gevolg van het conflict tussen januari en september 2025 bijna 60 % hoger ligt dan in dezelfde periode vorig jaar. Ongeveer 321.000 mensen zijn in 2025 door geweld ontheemd geraakt, waaronder meer dan 100.000 naar het door oorlog verscheurde Soedan. Deskundigen op het gebied van voedselzekerheid waarschuwen voor hongersnood in gebieden die door luchtaanvallen zijn afgesneden van humanitaire hulp.
Eind december 2025 en begin januari 2026 veroveren gewapende oppositie en gelieerde milities een aanzienlijk gebied, voornamelijk in de staat Jonglei. Evacuatiebevelen dwingen Nuer-burgers de door de SPLM/A-IO gecontroleerde gebieden te verlaten. Een video van midden januari 2026 waarop generaal Johnson Olony zijn manschappen toespreekt in het district Duk (Jonglei), en hen oproept om niemand te sparen, doet de angst voor massale misdaden tegen de burgerbevolking toenemen. De terreinwinsten door de oppositie in Jonglei worden grotendeels teruggedraaid door een grootschalig tegenoffensief van de regering in de tweede helft van januari 2026. Bronnen stellen dat deze vijandelijkheden Zuid-Soedan gevaarlijk dicht bij een hernieuwde burgeroorlog brengen.
Voor de periode van januari 2025 tot december 2025 noteert ACLED 706 incidenten in de provincie Greater Upper-Nile, bestaande uit de staten Upper-Nile, Unity en Jonglei. Daarvan beschouwt ACLED 317 incidenten als battles, 139 als explosions/remote violence en 250 als violence against civilians.
De schendingen van het internationaal humanitair recht tijdens gevechten tussen regeringstroepen en gewapende oppositie in de staten Upper-Nile en Jonglei sinds begin 2025, omvatten het doden van burgers, gedwongen rekrutering, seksueel geweld, aanvallen op civiele infrastructuur, ernstige beperkingen op de bewegingsvrijheid en het ontzeggen van humanitaire hulp. Daarnaast komen burgers om wanneer ze in het kruisvuur terechtkomen bij gevechten en willekeurige aanvallen, anderen raken gewond, ontheemd of verliezen familie in de chaos. Begin februari 2026 berichten de VN over 280.000 ontheemden sinds december 2025, onder wie 235.000 in Jonglei.
De rivaliteit tussen Kiir en Machar is niet louter politiek, maar ook etnisch van aard. Beide leiders worden ervan beschuldigd historische grieven uit te buiten om hun Dinka- en Nuer-achterban te mobiliseren. Een binaire benadering verhult evenwel de reële complexiteit van het geweld in Zuid-Soedan. De experten die Cedoca contacteerde in het kader van dit onderzoek geven aan dat er sprake is van gericht geweld tegen de Nuer in de door de oppositie gecontroleerde gebieden. Daarbuiten bestaat de dreiging van geweld gezien Nuer-burgers makkelijk collectief worden weggezet als oppositie of rebellen. Gevraagd of er sprake is van gelijkaardig etnisch geweld tegen andere etnische groepen in Zuid-Soedan, duiden de meeste experten op een niveauverschil van gericht geweld. De mate van geweld tegen de Nuer is volgens hen groter dan het geweld waar andere groepen mee te maken krijgen. De verklaring daarvoor ligt volgens de experts vooral bij de dreiging die volgens de regering uitgaat van deze groep.
Beleid
Het beleid dat de commissaris-generaal voert, is gestoeld op een grondige analyse van nauwkeurige en actuele informatie over de algemene situatie in het land van oorsprong. Die informatie wordt op professionele manier verzameld uit verschillende objectieve bronnen, waaronder het EUAA, het UNHCR, relevante internationale mensenrechtenorganisaties, niet-gouvernementele organisaties, vakliteratuur en berichtgeving in de media. Bij het bepalen van zijn beleid baseert de commissaris-generaal zich derhalve niet alleen op de op deze website gepubliceerde COI Focussen opgesteld door Cedoca, dewelke slechts één aspect van de algemene situatie in het land van herkomst behandelen.
Uit het gegeven dat een COI Focus gedateerd zou zijn, kan bijgevolg niet worden afgeleid dat het beleid dat de commissaris-generaal voert niet langer actueel zou zijn.
Bij het beoordelen van een asielaanvraag houdt de commissaris-generaal niet alleen rekening met de feitelijke situatie zoals zij zich voordoet in het land van oorsprong op het ogenblik van zijn beslissing, maar ook met de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van de asielzoeker. Elke asielaanvraag wordt individueel onderzocht. Een asielzoeker moet op een voldoende concrete manier aantonen dat hij een gegronde vrees voor vervolging of een persoonlijk risico op ernstige schade loopt. Hij kan dus niet louter verwijzen naar de algemene omstandigheden in zijn land, maar moet ook concrete, geloofwaardige en op zijn persoon betrokken feiten aanbrengen.
Voor dit land is geen beleidsnota beschikbaar op de CGVS website.
