Mensenrechtenschendingen door het Nationaal directoraat voor Veiligheid

Nederlands

Het Nationaal directoraat voor Veiligheid (National Directorate of Security, NDS) wordt na het aanstellen van de Afghaanse interim-regering in 2001 opgericht als opvolger van de voormalige Afghaanse nationale inlichtingendienst Khadamat-e Etela'at-e Dawlati (KHAD). Het biedt ondersteuning bij de bestrijding van terrorisme, anti-government elements (AGE’s) en drugsmisdrijven. Hiertoe verzamelt en analyseert het informatie en geeft het ondersteuning bij het beleid van de Afghaanse overheid. Het NDS heeft evenwel ook de bevoegdheid om verdachten van misdrijven tegen de interne of externe veiligheid van het land gedurende 72 uur vast te houden en eigen operaties uit te voeren. Het directoraat maakt deel uit van, en werkt samen met, de Afghaanse nationale veiligheidsdiensten. Het functioneert evenwel onafhankelijk: de algemeen directeur van het directoraat legt rechtstreeks verantwoording af aan de president van de republiek.

Het directoraat bestaat uit genummerde departementen met elk een eigen bevoegdheid. Binnen deze departementen bevinden zich eenheden met specifieke taken. De belangrijkste diensten van het NDS zijn het verzamelen van inlichtingen, het vasthouden van verdachten in provinciale en lokale detentiecentra en het uitvoeren van operaties. Daarnaast heeft het onder andere een eigen forensisch laboratorium en eigen rechtbanken. Het directoraat wordt doorheen zijn bestaan daarnaast ook gelinkt aan pro-overheidsmilities die niet officieel onder de leiding van het directoraat vallen. Voorbeelden hiervan zijn milities opgericht door het Amerikaanse Central Intelligence Agency (CIA) zoals de Khost Protection Force (KPF) en de zero units, de Orgun Strike Force, de Sangorian, de Shaheen Forces en de Wakunish.

Hoewel Afghanistan partij is bij internationale verdragen die als doel hebben burgers te beschermen tegen foltering en buitengerechtelijke executies, ontvangen mensenrechtenorganisaties vanaf 2004 meldingen over mensenrechtenschendingen gepleegd door officieren van het directoraat. Internationale organisaties maken zich voornamelijk zorgen over het feit dat de bevoegdheid om personen in voorhechtenis te plaatsen en onderzoek te voeren niet gescheiden is van de bevoegdheid om personen te vervolgen en te detineren. Tijdens het bestaan van het NDS kunnen drie voorname categorieën van mensenrechtenschendingen onderscheiden worden: willekeurige arrestaties, foltering tijdens detentie en het doden van Afghaanse burgers.

Wat betreft de willekeurige arrestaties, zijn journalisten die zich kritisch opstellen ten aanzien van de overheid de voornaamste slachtoffers, naast meldingen van arrestaties die uitgevoerd worden met als doel losgeld te verkrijgen. Foltering tijdens detentie komt voornamelijk voor met het oog op het verkrijgen van bekentenissen of andere relevante informatie. De United Nations Assistance Mission in Afghanistan (UNAMA) voert vanaf 2009 onderzoek uit naar foltering in NDS-detentiecentra. Het stelt daarbij op verschillende momenten het systematisch plaatsvinden van foltering vast, onder andere in de provinciale centra in Farah en Kandahar, en in het detentiecentrum van departement 90/124/241/041. In 2020 geeft ook 70 % van de personen die gedetineerd worden door NDS-03 aan dat zij gefolterd worden. NDS-02 wordt in hetzelfde jaar gelinkt aan vijftien meldingen van foltering.

Tijdens het geweldsconflict dat in Afghanistan plaatsvindt van 2001 tot 2021, valt er tot slot een aanzienlijk aantal burgerslachtoffers ten gevolge van operaties uitgevoerd door speciale eenheden van het NDS en milities gelinkt aan het directoraat. Omdat deze eenheden in de berichtgeving vaak samen gegroepeerd worden, zijn cijfers voor specifieke eenheden schaars. In het algemeen wordt er een stijging waargenomen in het aantal dodelijke slachtoffers dat de speciale eenheden veroorzaken in de jaren 2018 en 2019. In dezelfde periode stijgt eveneens het aantal aanvallen op medische faciliteiten. Vanaf 2020, na de terugtrekking van de Amerikaanse troepen, is er een sterke daling in het aantal slachtoffers waarneembaar ten gevolge van het dalend aantal operaties van de speciale eenheden van het NDS, de KPF en de zero units.

Beleid

De algemene veiligheidssituatie in Afghanistan werd de voorbije decennia grotendeels bepaald door een langdurig aanslepend intern gewapend conflict, waardoor zeer veel Afghanen intern ontheemd zijn of hun toevlucht gezocht hebben in het buitenland. Na vele jaren van conflict tussen de voormalige overheid, haar veiligheidsdiensten en buitenlandse troepen enerzijds en opstandelingengroepen zoals de taliban en ISKP anderzijds, nam de taliban in augustus 2021 de macht over.

Het einde van de strijd tussen de vroegere overheid en de taliban ging gepaard met een sterke afname van het conflict-gerelateerd geweld en met een significante daling van het aantal burgerslachtoffers. Voor de beoordeling van de nood aan internationale bescherming houdt de commissaris-generaal er rekening mee dat de controle van de taliban over het ganse Afghaanse grondgebied een belangrijke impact heeft op de mensenrechtensituatie in het land en op het risico dat tal van Afghanen lopen in geval van terugkeer.

Volgend op de machtsovername door de taliban kondigde de commissaris-generaal een tijdelijke, gedeeltelijke, beslissingsstop af. In de periode tussen 15 augustus 2021 en 1 maart 2022 werden geen negatieve beslissingen genomen voor Afghaanse verzoekers. Wel kon nog steeds worden vastgesteld dat er voor heel wat personen duidelijk een nood aan bescherming bestond; voor deze gevallen werden in deze periode positieve beslissingen van toekenning van de status van vluchteling genomen. Dit gold ook voor vele personen die geëvacueerd werden uit Kabul.

Begin maart 2022 werd deze opschorting beëindigd. Sindsdien neemt het CGVS opnieuw beslissingen in alle dossiers.

Het CGVS heeft de opdracht na te gaan of er een nood aan bescherming bestaat voor alle verzoekers om internationale bescherming. Het CGVS gaat voor elke verzoeker individueel na of er voor hem of haar een nood aan bescherming bestaat. Dit gebeurt op basis van de in de wet en internationale verdragen vastgelegde definities van vluchteling en subsidiaire bescherming.  Het CGVS heeft niet als opdracht om een “politieke” beoordeling te maken van een regime en op basis daarvan een beschermingsstatus toe te kennen.

Land: 
Afghanistan