Les mutilations génitales féminines (MGF)

Nederlands

Dit rapport is een update van de COI Focus van 17 juni 2015 over vrouwelijke genitale verminking (MGF) in Ivoorkust.

Dit rapport is niet volledig en beweert niet, een statistische of sociologische studie te zijn. De research werd beëindigd op 9 oktober 2019.

Volgens de demographic and health survey in Ivoorkust in 2016 (MICS 2016) ondergingen iets meer dan twee op vijf vrouwen (36,7 %) tussen 15 en 49 jaar VGV. Volgens dezelfde studie onderging ongeveer een op tien meisjes tussen 0 en 14 jaar (10,9 %) VGV.

Bij deze besneden vrouwen en meisjes komt besnijdenis met het verwijderen van delen van de huid het meest voor. VGV gebeurt vaak op zeer jonge leeftijd bij het kind (voor vijf jaar). De besneden vrouwen zijn voornamelijk afkomstig uit het noorden en het noordwesten van Ivoorkust.

Hoe meer de gezinnen in de arme kwintielen van economisch welzijn ingedeeld zijn, hoe meer vrouwen uit die gezinnen besneden zijn. Op dezelfde wijze is 14,1 % van de meisjes van 0 tot 14 jaar uit de gezinnen van het armste kwintiel besneden, terwijl 2,8 % uit de rijkste gezinnen besneden is. Het MICS-onderzoek vermeldt ook de verschillen tussen de bevolkingsgroepen en religieuze gemeenschappen.

De ouders kiezen hoofdzakelijk voor VGV om de fatsoensnormen van de gemeenschap en de culturele normen te respecteren. Door zich aan te passen aan de norm, blijft men deel uitmaken van de gemeenschap en blijft de samenhang binnen de gemeenschap bewaard. Een onderzoek uit 2013 van de Ivoriaanse ministeriële en academische autoriteiten in zes departementen waar VGV zeer vaak voorkomt, toont echter aan dat de meeste bevraagde personen zowel in de steden als op het platteland geen enkel voordeel in de besnijdenis van vrouwen ziet.

Volgens de meeste bronnen met wie Cedoca contact opnam, neemt de vader van het jonge meisje de definitieve beslissing om over te gaan tot besnijdenis. Hij neemt niet deel aan de plechtigheden, die worden georganiseerd en geleid door de vrouwen, maar voorziet in de financiële en materiële middelen.

Volgens de personen met wie Cedoca contact opnam, varieert het feit of men weet of een meisje al dan niet besneden is, naargelang van de steden of van het platteland. In de plattelandsgemeenschappen gebeurt de besnijdenis vaak tijdens een plechtigheid die de bevolking kent en waarop de meisjes van eenzelfde leeftijd aanwezig zijn. In de steden gebeuren de besnijdenissen veel discreter.

In een gemeenschap met een sterke prevalentie bestaat de voornaamste dreiging voor een niet-besneden meisje erin, te worden gestigmatiseerd door de leden van deze gemeenschap. Het niet-besneden meisje of haar familie loopt het risico, haar maatschappelijke positie te verliezen, te worden beledigd en bespot en bepaalde traditionele plechtigheden niet te mogen bijwonen. Twee bronnen van Cedoca benadrukken echter de positieve impact van de sensibiliseringsacties in het land. De inwoners van de steden hebben ook veel minder last van de druk van de gemeenschappen.

Ivoorkust ratificeerde talrijke internationale verdragen die VGV veroordelen, en de Ivoriaanse wet verbiedt besnijdenis sinds 1998. Dit wettelijke verbod leidde tot meer clandestiene praktijken. Sinds 2012 werden enkele zeldzame veroordelingen wegens besnijdenis of medeplichtigheid aan besnijdenis uitgesproken. Het gerecht vormt het laatste toevluchtsoord voor een (mogelijk) slachtoffer van VGV, dat zich veeleer zal wenden tot de notabelen van zijn gemeenschap en hun traditionele mechanismen om conflicten op te lossen.

De voornaamste VGV-sensibiliseringsactoren zijn de overheid (waaronder diverse hoge persoonlijkheden die openlijk standpunt innemen tegen VGV) en de ngo’s. Deze actoren organiseren talrijke sensibiliseringssessies. Ze richtten ook bureaus op die de klachten van slachtoffers kunnen verzamelen.

Er bestaat geen dienst die gespecialiseerd is in (medische of psychologische) zorg voor slachtoffers van VGV maar sommige, soms dure, zorgverlening kan toegankelijk zijn.

Beleid

Het beleid dat de commissaris-generaal voert, is gestoeld op een grondige analyse van nauwkeurige en actuele informatie over de algemene situatie in het land van oorsprong. Die informatie wordt op professionele manier verzameld uit verschillende objectieve bronnen, waaronder het EASO, het UNHCR, relevante internationale mensenrechtenorganisaties, niet-gouvernementele organisaties, vakliteratuur en berichtgeving in de media. Bij het bepalen van zijn beleid baseert de commissaris-generaal zich derhalve niet alleen op de op deze website gepubliceerde COI Focussen opgesteld door Cedoca, dewelke slechts één aspect van de algemene situatie in het land van herkomst behandelen.

Uit het gegeven dat een COI Focus gedateerd zou zijn, kan bijgevolg niet worden afgeleid dat het beleid dat de commissaris-generaal voert niet langer actueel zou zijn.

Bij het beoordelen van een asielaanvraag houdt de commissaris-generaal niet alleen rekening met de feitelijke situatie zoals zij zich voordoet in het land van oorsprong op het ogenblik van zijn beslissing, maar ook met de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van de asielzoeker. Elke asielaanvraag wordt individueel onderzocht. Een asielzoeker moet op een voldoende concrete manier aantonen dat hij een gegronde vrees voor vervolging of een persoonlijk risico op ernstige schade loopt. Hij kan dus niet louter verwijzen naar de algemene omstandigheden in zijn land, maar moet ook concrete, geloofwaardige en op zijn persoon betrokken feiten aanbrengen.

Voor dit land is geen beleidsnota beschikbaar op de website.

Land: 
Ivoorkust

Nieuw adres CGVS