In Afghanistan is het huwelijk een belangrijk sociaal instituut, dat verwantschappen smeedt en een grote rol speelt bij de sociale status en eer van een familie. Kindhuwelijken vinden al eeuwenlang plaats in Afghanistan en zijn wijdverspreid.
Er zijn verschillende wettelijke kaders die het kindhuwelijk regelen in Afghanistan: religieuze wetten, waaronder sharia-wetgeving; gewoonterecht, zoals de pashtunwali en andere lokale of tribale regels; nationale wetgeving; en tot slot internationale wetgeving en mensenrechten. Deze kunnen gezien worden als vier potentieel overlappende en contradictorische wetten. Het relatieve belang van de wetten kan variëren naargelang de locatie, waarbij deze wetten elkaar niet uitsluiten en verschillende wetten van toepassing kunnen zijn voor mensen van een bepaald gebied.
De geraadpleegde bronnen wijzen op het belang van religieuze wetten en het gewoonterecht met betrekking tot het huwelijk. Wat het religieuze kader betreft, is wederzijdse toestemming een voorwaarde voor een huwelijk in de islam. Aangaande de gepaste leeftijd om te trouwen bestaat discussie. De Koran vermeldt geen expliciete minimumleeftijd voor het huwelijk. Sommige islamitische geleerden menen dat het bereiken van de puberteit doorslaggevend is, anderen zeggen dat een kindhuwelijk niet toegelaten is omdat een kind niet de maturiteit heeft om vrijuit in het huwelijk te stappen. Sommige bronnen noemen het kindhuwelijk on-islamitisch. Sommige gewoonterechtelijke praktijken laten toe dat een meisje trouwt als men haar klaar acht, wat meestal samenhangt met de puberteit.
Wat nationaal recht betreft, worden periodes van een zekere regulering van het (kind)huwelijk afgewisseld door periodes van terugval. Enige vooruitgang op dit vlak in de communistische periode (1978-1992) waarbij een minimumleeftijd om te trouwen ingesteld wordt, wordt afgewisseld met een terugval ten tijden van de moedjahedien (1992-1996) en het eerste Talibanregime (1996‑2001). In de periode van de Islamitische Republiek Afghanistan (2001-2021) bepaalt nationale wetgeving van het Burgerlijk Wetboek dat de minimumleeftijd om te trouwen zestien jaar is voor vrouwen en achttien jaar voor mannen. Een meisje ouder dan vijftien jaar kan volgens dit wetboek wel trouwen met de toestemming van haar vader of een bevoegde rechtbank. Volgens het Elimination of Violence Against Women (EVAW)‑decreet van 2009 dat bekrachtigd wordt door een decreet van 2018 is underage marriage strafbaar. Op het dwingen van een meisje jonger dan vijftien om te trouwen staat minimum twee jaar gevangenisstraf. Ondanks deze in voege zijnde wetgeving, is de handhaving van de wetten over het kindhuwelijk gebrekkig. Bronnen berichten ook over een gebrek aan kennis van deze wetten.
Verschillende bronnen zien een link tussen het gebrek aan formele documentatie met betrekking tot de leeftijd en/of het gebrek aan registratie van huwelijken enerzijds en kindhuwelijken anderzijds. Een gebrek aan formele documentatie ter staving van de leeftijd, zoals geboortecertificaten en taskara’s, en het feit dat de leeftijd bepaald wordt op basis van een schatting, maakt het moeilijk om beweringen dat een meisje reeds de wettelijke leeftijd om te trouwen bereikt heeft, te ontkrachten. Huwelijkscertificaten en de registratie van huwelijken zijn bovendien weinig courant.
Ondanks dat verschillende bronnen opmerken dat er tijdens de periode van de Republiek (2001- 2021) een daling is van het aantal kindhuwelijken, blijven kindhuwelijken ook in deze periode wijdverspreid. Na de machtsovername door de Taliban op 15 augustus 2021 berichten bronnen over een toename van het aantal kindhuwelijken. Sinds de machtsovername werkt het voormalige wettelijk systeem niet langer en worden de wetten over de huwelijksleeftijd hervormd door edicten die gebaseerd zijn op een zeer restrictieve interpretatie van de sharia. Bronnen melden dat de Taliban in de praktijk kindhuwelijken steunen. Kindhuwelijken zijn anno 2025 niet officieel verboden en er zijn geen straffen voor de personen die erbij betrokken zijn.
Op basis van zijn internationale verplichtingen wordt Afghanistan geacht de minimumleeftijd van achttien jaar voor het huwelijk in te stellen en vrije en volledige toestemming met het huwelijk te verzekeren.
Er zijn verschillende met elkaar verbonden factoren die aanleiding (kunnen) geven tot kindhuwelijken. Een drijfveer bij uitstek zijn economische redenen, waarbij de bruidsprijs het (kind)huwelijk tot een transactie maakt die een copingstrategie kan zijn. Andere redenen zijn: eer, tradities, de versterking van sociale banden, het idee om de meisjes in kwestie te beschermen, de gebrekkige handhaving van of het gebrek aan wetten, en het gebrek aan mogelijkheden tot onderwijs en professionele perspectieven.
Hoewel sommige bronnen aangeven dat het kindhuwelijk in Afghanistan als aanvaardbaar wordt beschouwd en dat er een laag bewustzijn bestaat over de schadelijke gevolgen ervan, melden meerdere recente bronnen dat er binnen de Afghaanse maatschappij ook individuele tegenkanting bestaat en dat veel Afghanen zich wel degelijk bewust zijn van de negatieve gevolgen ervan. Verschillende bronnen stellen dat een meerderheid van de bevraagde Afghanen een huwelijksleeftijd van achttien jaar of ouder geschikt acht voor Afghaanse vrouwen.
Huwelijken in Afghanistan zijn doorgaans gearrangeerd. Inspraak in beslissingen over het huwelijk is voor de betrokken huwelijkspartners hierbij eerder beperkt. De Afghanistan Research and Evaluation Unit (AREU) stelt dat de manier waarop beslissingen over het huwelijk genomen worden verschillen van familie tot familie en dat deze ook kunnen veranderen doorheen de tijd. Factoren die een rol kunnen spelen zijn het geslacht van de persoon in kwestie, de leeftijd van de betrokken huwelijkspartners, en of het een eerste dan wel een volgend huwelijk betreft. In sommige gevallen kan onderhandeld worden over het moment waarop het huwelijk plaatsvindt, waardoor het huwelijk soms uitgesteld wordt tot de huwelijkspartners klaar geacht worden om te trouwen.
Ten tijde van de Republiek wijzen bronnen op de zwakke positie van minderjarige meisjes om zich te onttrekken aan kindhuwelijken en om bescherming te zoeken, ondanks het destijds geldende wettelijk kader. Na de machtsovername door de Taliban noemen bronnen de beschermingsmogelijkheden onbestaand. Klaarblijkelijk of schijnbaar verzet tegen de keuze van een huwelijkspartner kunnen serieuze reacties teweeg brengen. Meisjes riskeren slachtoffer van eerwraak te worden.
Beleid
De algemene veiligheidssituatie in Afghanistan werd de voorbije decennia grotendeels bepaald door een langdurig aanslepend intern gewapend conflict, waardoor zeer veel Afghanen intern ontheemd zijn of hun toevlucht gezocht hebben in het buitenland. Na vele jaren van conflict tussen de voormalige overheid, haar veiligheidsdiensten en buitenlandse troepen enerzijds en opstandelingengroepen zoals de taliban en ISKP anderzijds, nam de taliban in augustus 2021 de macht over.
Het einde van de strijd tussen de vroegere overheid en de taliban ging gepaard met een sterke afname van het conflict-gerelateerd geweld en met een significante daling van het aantal burgerslachtoffers. Voor de beoordeling van de nood aan internationale bescherming houdt de commissaris-generaal er rekening mee dat de controle van de taliban over het ganse Afghaanse grondgebied een belangrijke impact heeft op de mensenrechtensituatie in het land en op het risico dat tal van Afghanen lopen in geval van terugkeer.
Volgend op de machtsovername door de taliban kondigde de commissaris-generaal een tijdelijke, gedeeltelijke, beslissingsstop af. In de periode tussen 15 augustus 2021 en 1 maart 2022 werden geen negatieve beslissingen genomen voor Afghaanse verzoekers. Wel kon nog steeds worden vastgesteld dat er voor heel wat personen duidelijk een nood aan bescherming bestond; voor deze gevallen werden in deze periode positieve beslissingen van toekenning van de status van vluchteling genomen. Dit gold ook voor vele personen die geëvacueerd werden uit Kabul.
Begin maart 2022 werd deze opschorting beëindigd. Sindsdien neemt het CGVS opnieuw beslissingen in alle dossiers.
Het CGVS heeft de opdracht na te gaan of er een nood aan bescherming bestaat voor alle verzoekers om internationale bescherming. Het CGVS gaat voor elke verzoeker individueel na of er voor hem of haar een nood aan bescherming bestaat. Dit gebeurt op basis van de in de wet en internationale verdragen vastgelegde definities van vluchteling en subsidiaire bescherming. Het CGVS heeft niet als opdracht om een “politieke” beoordeling te maken van een regime en op basis daarvan een beschermingsstatus toe te kennen.
