In 2017 ondertekent Armenië het Verdrag van Istanboel inzake het voorkomen, vervolgen en uitbannen van geweld tegen vrouwen. De ratificatie ervan blijft voorlopig uit. Armenië heeft sinds 2017 wel een wet inzake huiselijk geweld die de basis vormt om slachtoffers van geweld te beschermen, maar die tekortkomingen kent. In april 2024 keurt het parlement langverwachte wetswijzigingen goed, ontworpen in samenspraak met middenveldorganisaties. In de nieuwe versie vallen onder meer fysiek, seksueel, psychologisch en economisch geweld onder de noemer huiselijk geweld. Ook de toevoeging van de term “intieme partner” is een positieve ontwikkeling volgens vrouwenrechtenorganisaties. Hierdoor kunnen niet langer enkel gehuwden worden erkend als slachtoffer, maar ook mensen die daten of in een relatie zitten, inclusief mensen van hetzelfde geslacht. Wat volgens het Women’s Support Center (WSC) nog steeds ontbreekt in de definitie van huiselijk geweld is terminologie inzake machtsdynamieken en dwangmatige controle door agressoren. Hoewel huiselijk geweld in de nieuwe Strafwet (van kracht sinds 1 juli 2022) niet is opgenomen als een afzonderlijk misdrijf, is het wel zo dat wanneer de dader van een misdrijf een dichte verwant, partner of ex-partner is, dit wordt beschouwd als een verzwarende omstandigheid.
De wet voorziet drie beschermingsmaatregelen in het geval van huiselijk geweld. Bij een eerste situatie van huiselijk geweld, kan de politie de dader een waarschuwing geven op voorwaarde dat er geen redenen zijn voor een dringende interventie en er geen tekenen zijn van een misdrijf. Als tweede optie kan de politie beslissen om een noodbeschermingsbevel (vaak een contactverbod) uit te reiken, bijvoorbeeld wanneer er een redelijk vermoeden is dat het geweld zich zal herhalen of voortzetten. Een derde beschermingsmaatregel is een beschermingsbevel opgelegd door de rechtbank. In de praktijk reikt de politie steeds vaker een noodbeschermingsbevel uit in plaats van een waarschuwing, maar rechters verklaren deze beslissing regelmatig ongeldig in een beroepsprocedure. Er bestaan voorlopig geen mechanismen om de naleving van een (nood)beschermingsbevel op te volgen. De introductie van elektronisch toezicht is gepland vanaf juli 2025. Straffen voor inbreuken hierop zijn bovendien mild en zijn volgens mensenrechtenorganisaties onvoldoende ontradend.
Als gevolg van een jarenlange samenwerking tussen ngo’s en de politie, bewustmakingscampagnes en opleidingen, reageert de politie steeds beter op situaties van huiselijk geweld. Het vertrouwen in de politie is de voorbije jaren toegenomen en slachtoffers zijn zich meer bewust van bestaande beschermingsmogelijkheden. Wat betreft onderzoekers, die bevoegd zijn voor een voorafgaand onderzoek naar misdrijven, en rechters is er nog werk op het gebied van bewustmaking. Zij zijn vaak geneigd om situaties van huiselijk geweld te minimaliseren of niet serieus te nemen, of leggen de schuld bij het slachtoffer. Bijkomend zijn slachtoffers van huiselijk geweld vaak (financieel) afhankelijk van hun partner, wat een extra hindernis kan vormen om juridische procedures verder te zetten. In voogdijkwesties bijvoorbeeld beslissen rechters vaak in het voordeel van de meest kapitaalkrachtige en dat is meestal de vader/dader. Dit kan een reden zijn voor slachtoffers om hun klacht in te trekken. De algemene maatschappelijke perceptie over huiselijk geweld binnen een huwelijk blijft een aandachtspunt.
Over het algemeen zijn de bestaande overheidsdiensten en ngo-initiatieven voor slachtoffers van huiselijk geweld toegankelijk. Toch zijn het enkel de ngo’s, medegefinancierd door de overheid, die concrete hulp verlenen aan slachtoffers. In elke provincie is er één centrum waar slachtoffers van huiselijk geweld terechtkunnen voor (juridisch) advies en ondersteuning. Daarnaast zijn er twee vluchthuizen met een beperkte opvangcapaciteit. Slachtoffers kunnen telefonisch contact opnemen met hulplijnen van ngo’s, die in ernstige situaties meteen actie ondernemen.
Beleid
Het beleid dat de commissaris-generaal voert, is gestoeld op een grondige analyse van nauwkeurige en actuele informatie over de algemene situatie in het land van oorsprong. Die informatie wordt op professionele manier verzameld uit verschillende objectieve bronnen, waaronder het EUAA, het UNHCR, relevante internationale mensenrechtenorganisaties, niet-gouvernementele organisaties, vakliteratuur en berichtgeving in de media. Bij het bepalen van zijn beleid baseert de commissaris-generaal zich derhalve niet alleen op de op deze website gepubliceerde COI Focussen opgesteld door Cedoca, dewelke slechts één aspect van de algemene situatie in het land van herkomst behandelen.
Uit het gegeven dat een COI Focus gedateerd zou zijn, kan bijgevolg niet worden afgeleid dat het beleid dat de commissaris-generaal voert niet langer actueel zou zijn.
Bij het beoordelen van een asielaanvraag houdt de commissaris-generaal niet alleen rekening met de feitelijke situatie zoals zij zich voordoet in het land van oorsprong op het ogenblik van zijn beslissing, maar ook met de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van de asielzoeker. Elke asielaanvraag wordt individueel onderzocht. Een asielzoeker moet op een voldoende concrete manier aantonen dat hij een gegronde vrees voor vervolging of een persoonlijk risico op ernstige schade loopt. Hij kan dus niet louter verwijzen naar de algemene omstandigheden in zijn land, maar moet ook concrete, geloofwaardige en op zijn persoon betrokken feiten aanbrengen.
Voor dit land is geen beleidsnota beschikbaar op de CGVS website.
