De veiligheidssituatie in de Koerdische Autonome Regio

Landeninfo / De veiligheidssituatie in de Koerdische Autonome Regio
Nederlands

Deze COI Focus maakt een stand van zaken op van de veiligheidssituatie in de Noord-Iraakse provincies onder officiële controle van de Koerdische Regionale Regering (Kurdish Regional Government, KRG), de zogenaamde Koerdische Autonome Regio (KAR). In Engelstalige bronnen wordt deze regio vaak aangeduid als de Kurdistan Region of Iraq (KRI). Deze regio bestaat uit vier provincies: Erbil, Suleimaniya, Dohuk en Halabja.

Dit rapport is een update van het document dat dateert van 18 augustus 2017. Het onderzoek liep tot 7 maart 2018 en richt zich in het bijzonder op de periode van 18 augustus 2017 tot eind februari 2018.

De veiligheidssituatie in de Koerdische Autonome Regio (KAR) is significant stabieler dan deze in Centraal-Irak, zo blijkt uit de geraadpleegde bronnen. De regio kent, volgens onder meer ICG, The Jamestown Foundation en UNAMI een zekere mate van stabiliteit, sociale cohesie en efficiënt optredende veiligheidsdiensten. Er vonden de afgelopen vijf jaar drie grote terreuraanslagen plaats, respectievelijk in september 2013, in november 2014 en in april 2015. Doelwit van deze aanslagen waren de Koerdische veiligheids- en overheidsdiensten en het Amerikaans consulaat. Ze werden opgeëist door IS. Bij de aanslag in september 2013 vielen geen burgerdoden, in november 2014 werden tien burgerdoden opgetekend, in april 2015 drie. De voorbije drie jaar was sprake van een aantal geïsoleerde en kleinschalige aanvallen van IS op de Asayish of andere overheidsdoelwitten. Er vond geen grote terroristische aanslag met burgerslachtoffers plaats.

In de verslagperiode bleef de veiligheidssituatie stabiel. Daar waar de naburige Iraakse provincies door geweld werden getekend, bleef de KAR grotendeels vrij van geweld. Het militaire geweld in de Centraal-Iraakse provincies Ninewa, Kirkuk en Diyala had weinig effect op de veiligheidssituatie in de KAR. Na nog enkele grote offensieven tegen IS in het najaar van 2017 in Tel Afar (Ninewa), in Hawija en Daquq (Kirkuk) en in Anbar, verklaarde de Iraakse overheid op 9 december 2017 officieel de overwinning op IS. Er is geen frontlinie meer tussen de peshmerga en IS. De grens met Centraal-Irak blijft streng bewaakt door de peshmerga.

Het Koerdische onafhankelijkheidsreferendum (25 september 2017) brak de KRG en de Koerdische bevolking zuur op. Het Iraakse leger en PMU verdreven als reactie hierop de Koerdische troepen uit Kirkuk en de betwiste gebieden onder Koerdische controle. De gewapende confrontaties beperkten zich tot de betwiste gebieden maar de KRG verloor hiermee bij benadering 30 % van zijn de facto grondgebied en een groot deel van zijn olie-inkomsten. Daarmee is het politieke landschap van de Iraakse Koerden volledig door elkaar geschud. De regio kampt met een zware politieke crisis en machtsstrijd tussen de Koerdische partijen alsook een diepe economische crisis. Bij grootschalige protesten tegen de Koerdische regering in de provincie Suleimaniya vielen volgens verschillende bronnen minstens vijf doden bij geweld door regeringstroepen.

De aanhoudende spanningen met de Centraal-Iraakse regering omtrent de grensposten met Syrië en Turkije hebben tot op heden weinig impact op de veiligheidssituatie in KAR.

Sinds 25 juli 2015 voert het Turkse leger opnieuw luchtaanvallen uit op PKK-doelwitten in Noord-Irak. De Turkse offensieven bestaan voornamelijk uit gerichte luchtbombardementen op PKK-basissen in bergachtig en dunbevolkt grensgebied met Turkije. Hierbij worden echter ook naburige Koerdische dorpen getroffen waarbij er vooral materiële schade aan landbouwgronden en huizen wordt opgetekend. De grensregio’s in de gebieden Asos / Qandil, Zap, Metina, Amedi, Zakho, Shiladze, Avasin/Basyan en Hakurk blijken het meest getroffen. Tijdens de verslagperiode voerde het Turkse leger de luchtaanvallen op PKK-doelwitten op. Hierbij vielen volgens Musings on Iraq een elftal burgerdoden.

Sinds 2016 vinden opnieuw Iraanse aanvallen op KDPI-doelwitten in de Noord-Iraakse grensregio plaats in de strijd tegen Koerdische rebellen. Er werden tot op heden geen burgerdoden gerapporteerd als gevolg van de Iraanse aanvallen op grensgebied van de KAR.

Drie burgers lieten in 2017 het leven ten gevolge van landmijnen.

 

 

Beleid

Door een toename in geweld- en terreurdaden is de veiligheids– en mensenrechtensituatie in Irak sinds het voorjaar van 2013 verslechterd. Naar aanleiding van het grondoffensief dat IS sinds juni 2014 in Irak voert, is de situatie verder geëscaleerd.  Dit heeft geleid tot een bloedig intern gewapend conflict. Burgers worden hierbij geviseerd door de strijdende partijen omwille van etnische, religieuze of politieke redenen.  In de loop van 2015 kwam IS meer en meer onder druk te staan in verschillende regio’s in Irak en slaagden de Iraakse veiligheidstroepen, de sjiitische milities en de Koerdische peshmerga er in om IS uit een deel van de veroverde gebieden te verdrijven. In 2016 werd IS verder teruggedrongen en werden grote stukken van het gebied onder controle van IS terug ingenomen door regeringstroepen. De herovering van gebieden bezet door IS had een duidelijk merkbare impact op de veiligheidssituatie in Irak in het algemeen. Ook in 2017 is er sprake van een verdere daling van het geweld.

Uit de beschikbare informatie blijkt dat het geweldsniveau, de impact van het terreurgeweld, en de gevolgen van het offensief van IS nog steeds regionaal erg verschillend zijn. De sterk regionale verschillen typeren de veiligheids- en mensenrechtensituatie in Irak. Concreet betekent dit dat de situatie in het Noord- en Zuid-Irak verschillend is van de situatie in Centraal-Irakese provincies.

Land: 
Irak

Contact

Voor asielzoekers

WTC II

Koning Albert II laan, 26A
1000 Brussel

Voor bezoekers

WTC II

Koning Albert II laan 28-30

1000 Brussel

Op zoek naar meer specifieke ‘contact’informatie? Alle contacten zijn te vinden op Contact .