De veiligheidssituatie in Bagdad

Nederlands

Deze COI Focus maakt een stand van zaken op van de veiligheidssituatie in Bagdad. Het onderzoek richt zich in het bijzonder op de periode van september 2017 tot midden maart 2018, en werd uitgevoerd tussen 1 en 22 maart 2018. Dit document vervangt het vorige met dezelfde titel van 25 september 2017.

Na een periode met een stabiel niveau van geweld in de hoofdstad en de daartoe behorende provincie tussen 2014 en 2016 – talrijke aanslagen met maandelijkse slachtofferaantallen van honderden doden en gewonden is er sinds de jaarwisseling van 2016 naar 2017 een duidelijke trend naar minder aanslagen en kleinere aantallen slachtoffers.

Desalniettemin is ISIS nog altijd actief in Bagdad door middel van terreuraanslagen met explosieven: de hele stad en de omliggende gebieden worden regelmatig geconfronteerd met bomvoertuigen, zelfmoordvesten en bermbommen. Ondanks de omvangrijke veiligheidsmaatregelen van politie, leger en milities maken deze aanslagen nog altijd slachtoffers onder de burgerbevolking. Het aantal slachtoffers door aanslagen en door andere vormen van geweld dat in 2015 en 2016 stabiel bleef – om en bij de 300 doden en 700 gewonden per maand – is vanaf einde 2016 sterk beginnen dalen, tot op een niveau zoals voor het laatst in 2012 gezien. Het aantal geweldincidenten is over de hele lijn teruggelopen: minder autobommen, minder IED’s, en ook minder aan het conflict gerelateerde moorden. Deze trend houdt al heel 2017 en in de eerste maanden van 2018 aan.

De hele provincie Bagdad bevindt zich onder controle van de Iraakse regering en de veiligheidsdiensten van de regering, maar momenteel zijn de prominent aanwezige sjiitische milities een belangrijke machtsfactor. Deze milities – die officieel deel uitmaken van de Iraq Security Forces en onder de paraplu van de Popular Mobilization Units (PMU) werken - staan mee in voor de veiligheidscontroles en de ordehandhaving in Bagdad, wat vooral bij de soennitische minderheid voor wantrouwen en vrees voor een herhaling van de burgeroorlog van 2006-2007 zorgt. De sjiitische meerderheid heeft echter meer vertrouwen in de milities dan in de politie, die als corrupt word ervaren. De milities maken mee jacht op ondergrondse terreurcellen, dragen bij tot de ordehandhaving, en bewaken de sjiitische wijken. Zij gaan soms hardhandig te werk, en er zijn berichten over arrestaties, mishandelingen en verdwijningen van burgers. De milities leggen geen rekenschap af aan de overheid hoewel ze officieel onder het gezag van de autoriteiten staan. De grootste milities vormen ook een duidelijk aanwezige politieke macht in Bagdad, en enkele van hen staan effectief onder controle van Iran. In de straten van de hoofdstad worden ook regelmatig lijken gevonden, maar vaak is het niet mogelijk om de daders te identificeren, omdat ook onafhankelijk opererende leden van milities en criminele bendes gelijkaardige misdaden begaan, bijvoorbeeld om losgeld af te persen van ontvoerde burgers.

Soennieten in Bagdad lopen een groter risico om slachtoffer te worden van sjiitische milities dan sjiieten. Deze milities hebben door hun militaire overwinning tegen ISIS verder aan invloed gewonnen, en zij wensen nu ook politiek kapitaal te slaan uit hun machtspositie.

Er zijn geen duidelijke geografische verschillen vast te stellen: het geweld treft heel Bagdad, en er is geen wijk die gespaard blijft van aanslagen. Hetzelfde geldt voor de buitengebieden.

Er bevinden zich bijna 144.000 binnenlandse vluchtelingen in de provincie Bagdad. De meesten werden verdreven uit de regio’s die onder de controle van ISIS stonden, of waar gevechten tussen de regeringstroepen en de PMU tegen ISIS hebben plaatsgevonden. De IDP’s leven meestal bij gastfamilies of in huurwoningen, maar hun economische situatie is vaak precair, en zij moeten een beroep doen op humanitaire hulp. Bijna alle IDP’s geven aan terug te willen keren naar hun thuis zodra de situatie het toelaat. Er is een terugkeer naar de op ISIS heroverde steden en gebieden op gang gekomen. Het aantal ontheemden in Bagdad is ook sterk verminderd omdat er nog maar weinig nieuwe bijkomen. De gevechten tussen de ISF en ISIS zijn afgelopen, er komen nog maar weinig nieuw ontheemden bij.

De impact van het geweld op het dagelijkse leven van de burgers in Bagdad is gemengd: enerzijds worden verplaatsingen bemoeilijkt door de controleposten (die nu wel meer en meer worden afgebouwd), maar anderzijds is Bagdad nog steeds een functionerende grootstad, ondanks de veiligheidsrisico’s en de frequente problemen met de infrastructuur. De stad wordt niet belegerd door ISIS, de bevoorrading met levensnoodzakelijke goederen is ten allen tijde verzekerd, de verkeerswegen zijn open (waaronder ook de internationale luchthaven). De economische situatie is door de tegenvallende inkomsten van de staat, de grote uitgaven voor de oorlog en de economische ontwrichting door de meer dan twee miljoen ontheemden in het hele land echter zodanig verslechterd dat de ontevredenheid onder de bevolking sterk is toegenomen. Er zijn talrijke betogingen tegen het falende beleid van de overheid om de infrastructuur op punt te brengen, en vooral ook tegen de alomtegenwoordige corruptie.

De scholen en universiteiten zijn open en er is gezondheidszorg, al staat de laatste onder druk.

In juni 2016 werd Falluja veroverd op ISIS, en in oktober 2016 zetten de ISF de aanval in op Mosul. In juli 2017 werd ook Mosul veroverd, en enkele weken later Tall Afar. De overgebleven gebieden van ISIS in de provincies Anbar, Ninewa, Salah al-Din en Kirkuk volgden in de daaropvolgende maanden, en van een dreiging dat de hoofdstad in de handen van  ISIS zou kunnen vallen is in de eerste maanden van 2018 geen enkele sprake meer.

Het door ISIS uitgeroepen kalifaat is volledig verdwenen, maar het wegvallen van deze machtsfactor betekent ook een toename van de politieke onzekerheid: Irak komt nu terecht in een nieuwe fase, en de conflicten tussen de centrale regering en de Kurdish Regional Government (KRG), maar ook tussen de verschillende groepen binnen de sjiitische meerderheid komen opnieuw op de voorgrond te staan, zoals de herovering van de omstreden gebieden op de koerdische peshmerga in oktober 2017 heeft aangetoond.

De successen van het Iraakse leger en de PMU betekenen een opsteker voor de regering Abadi, maar door het verdwijnen van de gemeenschappelijke vijand ISIS komen de politieke tegenstellingen tussen de verschillende machtsgroepen in Bagdad weer sterker op de voorgrond.

Beleid

Door een toename in geweld- en terreurdaden is de veiligheids– en mensenrechtensituatie in Irak sinds het voorjaar van 2013 verslechterd. Naar aanleiding van het grondoffensief dat IS sinds juni 2014 in Irak voert, is de situatie verder geëscaleerd.  Dit heeft geleid tot een bloedig intern gewapend conflict. Burgers worden hierbij geviseerd door de strijdende partijen omwille van etnische, religieuze of politieke redenen.  In de loop van 2015 kwam IS meer en meer onder druk te staan in verschillende regio’s in Irak en slaagden de Iraakse veiligheidstroepen, de sjiitische milities en de Koerdische peshmerga er in om IS uit een deel van de veroverde gebieden te verdrijven. In 2016 werd IS verder teruggedrongen en werden grote stukken van het gebied onder controle van IS terug ingenomen door regeringstroepen. De herovering van gebieden bezet door IS had een duidelijk merkbare impact op de veiligheidssituatie in Irak in het algemeen. Ook in 2017 is er sprake van een verdere daling van het geweld.

Uit de beschikbare informatie blijkt dat het geweldsniveau, de impact van het terreurgeweld, en de gevolgen van het offensief van IS nog steeds regionaal erg verschillend zijn. De sterk regionale verschillen typeren de veiligheids- en mensenrechtensituatie in Irak. Concreet betekent dit dat de situatie in het Noord- en Zuid-Irak verschillend is van de situatie in Centraal-Irakese provincies.

Land: 
Irak