Behandeling van terugkeerders door hun nationale autoriteiten

Nederlands

Dit rapport is een update van de COI Focus van 10 oktober 2016 met als titel Het risico bij terugkeer in geval van gedwongen verwijdering. Het huidige rapport beschrijft de houding van de Pakistaanse autoriteiten ten opzichte van hun onderdanen die naar hun land terugkeren nadat ze het land illegaal hebben verlaten en/of een verzoek om internationale bescherming in België hebben ingediend en/of er verbleven hebben. Er wordt niet nader ingegaan op de behandeling door de autoriteiten van terugkeerders met een politiek, etnisch, religieus of terroristisch profiel.

Dit rapport omvat de periode 1 januari 2018 tot en met 31 maart 2019.

De terugkeer naar het land van herkomst moet worden overwogen wanneer de vreemdeling niet meer voldoet aan de voorwaarden voor zijn verblijf in België. Deze terugkeer kan vrijwillig of gedwongen zijn. Vrijwillige terugkeer betekent dat de beslissing om terug te keren toekomt aan de vreemdeling, die zijn reis zelf kan organiseren of een beroep kan doen op een terugkeerprogramma, dat wordt gecoördineerd door het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers (Fedasil) en wordt georganiseerd door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) of door de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). De terugkeer is echter gedwongen wanneer het gastland de persoon tegen zijn wil terugzendt naar zijn land van herkomst. De DVZ organiseert deze terugkeer.

Vanuit Pakistan bestaat er arbeidsmigratie naar de VAE. Pakistanen migreren ook naar Europese landen en de Verenigde Staten. De hoge werkloosheidsgraad, de lage lonen, de onstabiele politieke en sociale situatie worden vaak aangehaald als redenen om Pakistan te verlaten. Volgens cijfers van EASO staat Pakistan in maart 2019 in de top tien van internationale verzoeken om internationale bescherming in de EU+ landen. In 2017 hebben in België 260 Pakistanen een verzoek om internationale bescherming ingediend. In 2018 hebben 195 Pakistanen in België een verzoek om internationale bescherming ingediend.

Volgens IOM-België zijn in de periode 1 januari 2018 tot en met 31 maart 2019 12 Pakistanen vrijwillig teruggekeerd. Uit cijfergegevens van de DVZ blijkt dat er in dezelfde verslagperiode 15 gedwongen verwijderingen zijn georganiseerd door de Belgische autoriteiten naar Pakistan.

Volgens de Pakistaanse wetgeving is migratie naar het buitenland niet verboden. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt dat wettelijke bepalingen in de Passport Act 1974 en de Emigration Ordinance 1979 aanleiding kunnen geven tot arrestatie of gerechtelijke vervolging bij terugkeer. Daarnaast kunnen Pakistanen bij hun terugkeer ook aangeklaagd worden volgens de Pakistaanse strafwetgeving en de Prevention and Control of Human Trafficking Ordinance. In november 2015 schortte Pakistan éénzijdig het readmissie-akkoord, dat in 2009 werd gesloten, met de EU op, uitgezonderd met het Verenigd Koninkrijk. In februari 2016 kwamen Pakistan en de EU na onderhandelingen tot een oplossing en aanvaardde Pakistan opnieuw uitgewezen Pakistanen. Ook vanuit Griekenland en Turkije worden Pakistaanse burgers teruggestuurd naar hun thuisland.

De autoriteit die verantwoordelijk is voor de controle van personen die Pakistan in- en uitreizen is het FIA. Meestal worden de betrokkenen op de luchthavens overgedragen aan het FIA, worden ze kort gearresteerd en ondervraagd, daarna worden ze naar huis gestuurd volgens de geraadpleegde bronnen.

De Engelstalige Pakistaanse pers en rapporten van nationale en internationale mensenrechtenorganisaties maken geen gewag van mensenrechtenschendingen ten overstaande van personen die (gedwongen) terugkeren naar Pakistan. Ook de DVZ en IOM België hebben geen weet van moeilijkheden of mensenrechtenschendingen bij terugkeer naar Pakistan tijdens de verslagperiode van deze COI Focus.

Beleid

De veiligheids- en mensenrechtensituatie in Pakistan is problematisch. Heel wat Pakistaanse burgers worden blootgesteld aan etno-politiek of sektarisch geweld, en de Pakistaanse autoriteiten zijn vaak niet bij machte of onwillig om bescherming te verlenen. Het gros van het geweld dat in Pakistan plaatsvindt, kan toegeschreven worden aan de terreurorganisaties die in het land actief zijn. De terreurorganisaties viseren voornamelijk leden van de veiligheidsdiensten en het leger, leden van religieuze minderheden en politici. Daarnaast vinden er in Pakistan soms grootschalige aanslagen plaats die als doel hebben om een maximaal aantal slachtoffers te maken binnen een bepaalde gemeenschap. Doorgaans vormen religieuze minderheden, en dan vooral de sjiitische moslims, hierbij het doelwit. Dergelijke aanslagen zijn echter eerder uitzondering dan regel. De veiligheidssituatie in het land wordt verder beïnvloed door het gewapend conflict tussen extremistische elementen en regeringstroepen in het noordwesten van het land en de nationalistische opstand in Balochistan.

Land: 
Pakistan
Nieuw adres CGVS