Het begeleide kind

Elk kind dat in om het even welke verblijfsprocedure is vergezeld door (een) ouder(s) of wettelijke voogd, wordt als een begeleid kind beschouwd. Ook Europese kinderen, vergezeld van (een) ouder(s) zijn begeleide kinderen.

Het begeleide kind

  • is jonger dan 18 jaar
  • verblijft met zijn ouder(s) of wettelijke voogd in België
  • zijn ouder(s)/wettelijke voogd of hijzelf heeft (hebben) een verzoek om internationale bescherming ingediend
Het begeleide kind volgt de procedure van zijn ouder(s) of wettelijke voogd

Kinderen die samen met de ouder(s)/wettelijke voogd op het grondgebied aankomen worden ingeschreven op de bijlage van de ouder(s)/wettelijke voogd en volgen in principe de procedure van hun ouder(s)/wettelijke voogd zonder dat ze afzonderlijk worden gehoord.

Deze kinderen hebben wel het recht te vragen om te worden gehoord indien ze dit wensen. Het kind kan binnen een termijn van vijf dagen vóór het persoonlijk onderhoud van de ouder(s)/wettelijke voogd vragen te worden gehoord. Dit is een recht,  geen plicht. Er kan immers van de ouder(s)/wettelijke voogd verwacht worden dat zij zelf de problemen van de kinderen die zij begeleiden, uiteenzetten tijdens hun persoonlijk onderhoud op het CGVS. Deze kinderen kunnen enkel een gesprek op het CGVS aanvragen indien zij dat zelf willen. Als zij dit liever niet doen, heeft dit geen gevolgen voor de beslissing van de ouder(s)/wettelijke voogd.

Het CGVS zal enkel ingaan op deze vraag om gehoord te worden, indien het kind over voldoende onderscheidingsvermogen beschikt. Het gesprek wordt in principe gevoerd tussen de protection officer en het kind, zonder dat de ouder(s)/wettelijke voogd aanwezig zijn. Het kind wordt bijgestaan door een advocaat en, indien het dit wenst, door een vertrouwenspersoon. Deze vertrouwenspersoon mag in principe geen familie zijn. Het moet gaan om een persoon die wegens zijn beroep gespecialiseerd is in bijstand aan personen of vreemdelingenrecht. Het CGVS kan het kind uitnodigen voor een tweede gesprek, indien de feiten die het kind aanhaalt bijzonder ernstig lijken. In dat geval zal het kind ook door een gespecialiseerde protection officer gehoord worden.

Daarnaast beschikt het CGVS ook over de mogelijkheid om het kind uit te nodigen voor een gesprek, ook al heeft het kind hier niet specifiek om gevraagd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er specifieke feiten in hoofde van het kind door de ouder(s)/wettelijke voogd werden aangehaald. Het kind is niet verplicht om op deze uitnodiging in te gaan. Indien het kind dit liever niet doet, heeft dit geen gevolgen voor de beslissing die ten aanzien van het gezin wordt genomen.

Het CGVS neemt in principe één beslissing die geldig is voor zowel de ouder(s)/wettelijke voogd als het kind. Uitzonderlijk zal er toch een afzonderlijke beslissing worden genomen in hoofde van het kind indien er bijzondere elementen worden vastgesteld die dergelijke beslissing noodzaken.

Het begeleide kind dient een verzoek om internationale bescherming in eigen naam in

Het kind kan ook verkiezen om zelf een verzoek om internationale bescherming in te dienen. Het kind kan dit zelf doen of via zijn ouder(s)/wettelijke voogd.

Indien er over het verzoek van de ouder(s)/wettelijke voogd nog geen definitieve beslissing werd genomen, zal het verzoek van het kind behandeld worden in samenhang met dat van zijn ouder(s)/voogd.

Indien er over het verzoek van de ouder(s)/wettelijke voogd al een definitieve beslissing werd genomen, zal het verzoek van het kind als een “volgend” verzoek beschouwd worden met een specifieke filter: het kind moet eigen feiten aanhalen die een afzonderlijk verzoek rechtvaardigen. Indien een afzonderlijk verzoek niet gerechtvaardigd is, zal door het CGVS een niet-ontvankelijkheidsbeslissing in hoofde van het kind worden genomen. Indien het kind wel eigen feiten aanhaalt die een afzonderlijk verzoek rechtvaardigen, zal tot de ontvankelijkheid van het verzoek worden besloten, waarna een verdere inhoudelijke behandeling ten gronde volgt.

Het persoonlijk onderhoud

Het kind dat een verzoek om internationale bescherming in eigen naam indient, wordt opgeroepen voor een persoonlijk onderhoud, voor zover het kind over voldoende onderscheidingsvermogen beschikt.

De oproeping voor het persoonlijk onderhoud wordt verstuurd naar de woonplaats van de ouder/wettelijke voogd (met kopie naar de verblijfplaats van het kind) , tenzij het kind uitdrukkelijk verzoekt om de oproeping naar de door hem gekozen woonplaats te sturen.

Het persoonlijk onderhoud wordt in principe gevoerd tussen de gespecialiseerde protection officer en het kind, zonder dat de ouder(s)/wettelijke voogd aanwezig zijn. Het kind wordt bijgestaan door een advocaat en, indien het dit wenst, door een vertrouwenspersoon. Deze vertrouwenspersoon mag in principe geen familie zijn. Het moet gaan om een persoon die wegens zijn beroep gespecialiseerd is in bijstand aan personen of in vreemdelingenrecht.

Aangepaste beoordeling van het verzoek om internationale bescherming

De beoordeling van het verzoek om internationale bescherming gebeurt op dezelfde manier als voor het niet-begeleid kind (zie hoger).

De beslissing

Het CGVS gebruikt bij zijn beslissing een taal die is aangepast aan de leeftijd en het profiel van het kind. In principe zullen de verklaringen van het kind niet gebruikt worden in een beslissing als element tegen de ouder(s)/wettelijke voogd. Het kind kan vragen dat de beslissing naar zijn gekozen woonplaats wordt gestuurd. Indien de gekozen woonplaats niet bij de advocaat is, krijgt de advocaat een kopie van de beslissing.

Meer uitleg over de procedure voor internationale bescherming voor begeleide kinderen kan u vinden in de brochures:

Gids voor begeleide kinderen in de asielprocedure in België;

Gids voor ouders of voogden vergezeld door minderjarige kinderen.

Nieuw adres CGVS