Eerste land van asiel

Een asielzoeker die al in een 'eerste land van asiel' reële bescherming geniet en geen elementen aanbrengt waaruit blijkt dat hij zich niet langer kan beroepen op deze bescherming en opnieuw wordt toegelaten tot het grondgebied van dat land, heeft geen behoefte aan internationale bescherming.

De commissaris-generaal onderzoekt elke aanvraag van een asielzoeker die mogelijk al in een eerste land van asiel bescherming geniet, individueel en inhoudelijk.

De asielzoeker heeft tijdens het gehoor de mogelijkheid om redelijke elementen aan te brengen waarom hij niet langer beroep kan doen op de reële bescherming in geval van terugkeer naar het eerste land van asiel. Het CGVS beoordeelt de geloofwaardigheid en de gegrondheid van deze elementen.

De bewijslast voor de toepassing van het concept eerste land van asiel ligt bij het CGVS. De commissaris-generaal houdt hierbij rekening met de algemene situatie en de persoonlijke omstandigheden van de asielzoeker.

Om het concept 'eerste land van asiel' te kunnen toepassen moeten volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn:

  • de asielzoeker heeft er de vluchtelingenstatus of een andere vorm van reële bescherming
  • de geboden bescherming is er actueel en toereikend
  • het non-refoulementbeginsel wordt er ten allen tijde gerespecteerd
  • de asielzoeker wordt opnieuw tot het grondgebied van het land toegelaten.
Nieuw adres CGVS