Veilige landen van herkomst

België heeft in het koninklijk besluit (KB) van 17 december 2017 een lijst van veilige landen van herkomst vastgelegd. Het CGVS behandelt de asielaanvragen van asielzoekers, die afkomstig zijn uit veilige landen in een bijzondere procedure. Ook de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) voorziet in een specifieke procedure.

Wat is een veilig land van herkomst?

Een aantal criteria bepalen een veilig land van herkomst:

  • de rechtstoestand in het land van herkomst
  • de toepassing van de rechtsvoorschriften
  • de algemene politieke omstandigheden
  • de mate waarin bescherming wordt gegeven tegen vervolging en mishandeling.

Voor de beoordeling houdt de staatssecretaris voor Asiel en Migratie rekening met een aantal informatiebronnen, zoals bepaald in de Vreemdelingenwet.

Welke landen zijn op opgenomen in de lijst?

De lijst van veilige landen van herkomst is voor het laatst geüpdatet in het KB van 17 december 2017. Dit KB is in werking sinds 27 december 2017.

De volgende landen worden op dit ogenblik als veilige landen van herkomst beschouwd: Albanië, Bosnië-Herzegovina, FYROM, Kosovo, Montenegro, Servië, India en Georgië. Dit betreffen dezelfde landen als deze die worden vermeld in het koninklijk besluit van 3 augustus 2016.

Bij arrest nr. 240.767 van 20 februari 2018 verwierp de Raad van State het beroep tot vernietiging van het koninklijk besluit van 3 augustus 2016, waardoor de vermelding van Albanië in de lijst van veilige landen werd bevestigd.

Deze lijst wordt minstens één keer per jaar herbekeken, maar kan afhankelijk van een gewijzigde situatie in de landen van herkomst sneller worden herzien.

De asielaanvraag van een burger afkomstig uit een veilig land

Het CGVS behandelt de asielaanvraag prioritair en gaat in de eerste plaats na of het de asielaanvraag in overweging neemt. Algemeen geldt voor burgers van een land dat zich bevindt op de lijst van veilige landen van herkomst dat internationale bescherming niet nodig is. De asielzoeker moet duidelijk kunnen aantonen dat hij in zijn persoonlijke situatie een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op het lijden van ernstige schade heeft. De bewijslast ligt meer bij de asielzoeker.

De beslissing door het CGVS

Een negatieve beslissing is mogelijk:

  • een weigering tot inoverwegingname van de asielaanvraag: uit de verklaringen van de asielzoeker blijkt niet duidelijk dat er voor hem een gegronde vrees voor vervolging bestaat of dat er zwaarwegende gronden zijn om aan te nemen dat hij een reëel risico loopt op het lijden van ernstige schade
  • een weigering tot erkenning van de vluchtelingenstatus en de weigering tot toekenning van de subsidiaire beschermingsstatus: als de motieven ‘ongegrond’ zijn of de asielzoeker geen reëel risico loopt op het lijden van ernstige schade.

Een positieve beslissing blijft mogelijk na een individuele beoordeling van alle elementen uit het dossier:

  • de erkenning van de vluchtelingenstatus volgens de criteria van de Vluchtelingenconventie
  • de toekenning van de subsidiaire beschermingsstatus: als de asielzoeker ernstige schade dreigt te lijden in geval van een terugkeer naar zijn land van herkomst.

Het beroep bij de RvV

De asielzoeker die een beslissing tot weigering van inoverwegingname ontvangt, heeft 15 kalenderdagen na kennisgeving de tijd om bij de RvV een beroep in te dienen. Het beroep is opschortend en de asielzoeker kan nieuwe elementen toevoegen. Er zijn kortere termijnen van toepassing voor de behandeling van het beroep door de RvV.

De RvV kan de beslissing

  • bevestigen: de beslissing van het CGVS was correct
  • hervormen: de RvV is het niet eens met de beslissing van het CGVS en neemt een beslissing tot toekenning van een beschermingsstatus (vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus). De RvV kan een toekenning van de subsidiaire beschermingsstatus hervormen tot een erkenning van de vluchtelingenstatus of weigering van de subsidiaire beschermingsstatus.
  • vernietigen: de RvV stuurt het asieldossier terug naar het CGVS bij gebrek aan elementen in de motivering. Het CGVS moet bij het nemen van een nieuwe beslissing in de mate van het mogelijke rekening houden met de opmerkingen van de RvV.