Volgende verzoeken
Een verzoeker kan een nieuw verzoek om internationale bescherming indienen nadat hij al een definitieve beslissing kreeg en wanneer er nieuwe elementen voorhanden zijn. Deze eerdere beslissing kan genomen zijn in België of in een andere lidstaat van de Europese Unie. Dit heet een volgend verzoek.
Meer informatie hierover op maat van de verzoeker vind je terug op asyluminbelgium.be in 9 talen (Nederlands, Frans, Engels, Spaans, Arabisch, Pashto, Farsi, Tigrinya en Somali).
Hoe een volgend verzoek indienen?
De verzoeker laat het volgend verzoek registreren bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Hij of zij legt er een verklaring af over de nieuwe elementen en de redenen waarom deze elementen niet eerder konden worden aangebracht. Deze verklaring wordt zo snel mogelijk overgemaakt aan het CGVS.
Een volgend verzoek bij het CGVS
Na ontvangst van het volgend verzoek, onderzoekt het CGVS bij voorrang of er nieuwe elementen of feiten aan de orde zijn, of door de verzoeker zijn voorgelegd, die de kans op de toekenning van een beschermingsstatus aanzienlijk groter maken.
Het CGVS kan 2 beslissingen nemen:
- Een beslissing tot niet-ontvankelijkheid: er zijn geen nieuwe elementen die de kans op het verlenen van een internationale beschermingsstatus verhogen
- Een beslissing tot ontvankelijkheid: de nieuwe elementen verhogen de kans op het verlenen van een internationale beschermingsstatus of de verzoeker kreeg voorheen enkel een beslissing tot beëindiging of imliciete of expliciete intrekking.
Deze beslissingen worden in principe genomen binnen een termijn van 2 maanden na indiening van het verzoek. Deze beslissingen gebeuren in beginsel op basis van het administratief dossier, zonder persoonlijk onderhoud. Wanneer de verzoeker een eerdere negatieve definitieve beslissing kreeg in een andere EU-lidstaat, zal het asieldossier uit die lidstaat worden opgevraagd. Indien de verzoeker toch opgeroepen wordt voor een persoonlijk onderhoud, bedraagt de termijn tussen het versturen van de oproeping en het persoonlijk onderhoud minimum 2 dagen en minimum 1 dag indien de verzoeker wordt vastgehouden.
Beslissing tot ontvankelijkheid volgend verzoek
Wanneer het CGVS vaststelt dat de aangebrachte nieuwe elementen de kans op het verlenen van een beschermingsstatus aanzienlijk verhogen, wanneer voorheen enkel een beslissing tot beëindiging of impliciete of expliciete intrekking werd genomen (zie eerder), of wanneer het asieldossier uit de andere lidstaat niet beschikbaar is, beslist het CGVS tot de ontvankelijkheid van het volgend verzoek.
Na een beslissing tot ontvankelijkheid wordt het volgend verzoek ten gronde behandeld. Het CGVS moet gebruik maken van de versnelde procedure (verkorte oproeping - behandeling - beroepstermijn).
Beslissing tot niet-ontvankelijkheid volgend verzoek
Wanneer het CGVS vaststelt dat de aangebrachte nieuwe elementen de kans op het toekennen van een beschermingsstatus niet aanzienlijk verhogen, beslist het CGVS tot de niet-ontvankelijkheid van het volgend verzoek. In deze beslissing geeft het CGVS aan of een terugdrijving of verwijdering al dan niet leidt tot een schending van het non-refoulementbeginsel op grond van het onderzoek in het licht van de Conventie van Genève en de definitie van de subsidiaire bescherming.
De mogelijkheid tot een beroep bij de RvV
De verzoeker die een beslissing tot niet-ontvankelijkheid ontvangt, kan een beroep in volle rechtsmacht indienen bij de RvV. De beroepstermijn is 10 dagen vanaf de betekening van de beslissing. Meer informatie over het indienen van een beroep kan je terugvinden op de website van de RvV.
M-status (internationale bescherming in een andere EU-lidstaat)
Verzoekers die reeds een internationale beschermingsstatus (erkend vluchteling of subsidiaire bescherming) in een andere EU-lidstaat verkregen (= een 'M-status') zijn volgende verzoeken in de zin dat ze ook een verzoek zijn na een definitieve beslissing in een andere lidstaat. Er is echter wel een verschil in onderzoek door het CGVS. Bij een M-status onderzoekt het CGVS de effectiviteit van de verleende internationale bescherming in de andere lidstaat.
Voor verzoeken ingediend vanaf 12 juni 2026, is het CGVS niet verplicht om voor dit onderzoek een persoonlijk onderhoud te organiseren (artikel 13, lid 11 punt e) en artikel 38, lid 1, punt c) APR). De verzoeker dient bij de registratie van zijn verzoek bij de Dienst Vreemdelingenzaken alle elementen dienaangaande aan te brengen.
Het CGVS neemt een beslissing tot niet-ontvankelijk verzoek (internationale bescherming in een andere EU-lidstaat) indien de verzoeker geen feiten of elementen aanbrengt die de toepassing van artikel 38 lid 1, punt c) APR op verzoekers specifieke omstandigheden verhinderen.
De verzoeker die een beslissing tot niet-ontvankelijkheid ontvangt, kan een beroep in volle rechtsmacht indienen bij de RvV. De beroepstermijn is 10 dagen vanaf de betekening van de beslissing. De beroepsprocedure heeft geen schorsende werking.
Indien de verzoeker elementen aanbrengt die erop wijzen dat de verleende bescherming in de andere EU-lidstaat niet effectief is, gaat het CGVS over tot een onderzoek ten gronde, ten aanzien van het land van herkomst van de verzoeker (zie standaardprocedure).
Andere bijzondere procedures



