Standaardprocedure
In principe behandelt het CGVS een verzoek om internationale bescherming volgens de standaardprocedure. Het CGVS onderzoekt de aangebrachte motieven waarom de verzoeker zijn land van herkomst verliet inhoudelijk en toetst deze aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de vluchtelingenstatus en aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de subsidiaire beschermingsstatus.
Het CGVS roept elke verzoeker in principe minstens één keer op voor een persoonlijk onderhoud (een interview). De periode tussen het versturen van de oproepingsbrief en de datum van het persoonlijk onderhoud bedraagt in principe minstens 8 dagen.
Het CGVS kan beslissen om:
- de vluchtelingenstatus te verlenen
- de vluchtelingenstatus te weigeren en de subsidiaire beschermingsstatus te verlenen
- de vluchtelingenstatus en de subsidiaire beschermingsstatus te weigeren
- de verzoeker uit te sluiten van internationale bescherming
Tegen een weigeringsbeslissing van het CGVS kan de verzoeker beroep aantekenen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Het gaat hier om een beroep in volle rechtsmacht. Dit betekent dat de RvV het dossier in zijn geheel opnieuw onderzoekt en zich uitspreekt over de grond van de zaak.
Het beroep moet ingediend worden binnen de 30 dagen na kennisgeving van de beslissing.
Meer info over het indienen van een beroep in volle rechtsmacht vindt u terug op de website van de RvV.
De RvV kan de beslissing van het CGVS:
- bevestigen: de RvV neemt een arrest in dezelfde zin als de beslissing van het CGVS
- vernietigen: de RvV stuurt het dossier terug naar het CGVS dat een nieuwe beslissing neemt
- hervormen: de RvV neemt een andere beslissing dan het CGVS. Zo kan de RvV een beschermingsstatus verlenen nadat het CGVS deze had geweigerd.
Andere bijzondere procedures



