Procedure bij voorrang

Het CGVS kan voor verzoeken ingediend voor 12 juni 2026 bij voorrang beslissen wanneer:

  • de verzoeker wordt vastgehouden op een welbepaalde plaats: een gesloten centrum of aan de grens, in een strafrechtelijke instelling, ter beschikking is gesteld van de Regering of het voorwerp uitmaakt van een veiligheidsmaatregel
  • het om een verzoek gaat waarin de minister of zijn gemachtigde vraagt dit met voorrang te behandelen
  • het verzoek waarschijnlijk gegrond is (grotere kans op verlening beschermingsstatus).

Voor verzoeken ingediend vanaf 12 juni 2026 kan er bij voorrang beslist worden in bovenstaande gevallen, maar ook indien:

  • de verzoeker bijzondere opvangbehoeften heeft
  • het gaat om een volgend verzoek
  • er redelijke gronden zijn om de verzoeker als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde te beschouwen
  • verzoeker betrokken was bij het veroorzaken van overlast of crimineel gedrag

Het CGVS behandelt deze dossiers bij voorrang. Dit betekent letterlijk ‘voor alle andere dossiers’. De oproepingstermijn tussen de kennisgeving van de oproeping en de datum van het persoonlijk onderhoud bedraagt in principe minstens 8 dagen.

Het CGVS neemt bij de voorrangsprocedure dezelfde beslissingen als in de standaardprocedure (verlening, weigering of uitsluiting van een beschermingsstatus). Tegen deze beslissingen staat een beroep open in volle rechtsmacht bij de RvV.

 

Andere bijzondere procedures