VGV: wijziging beleid CGVS

Het CGVS heeft zijn beleid gewijzigd inzake beslissingen in het kader van verzoeken om internationale bescherming die ouders indienen in naam van hun dochter(s) die VGV vre(est)zen.

Deze wijziging ligt in het verlengde van de rechtspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

Als een minderjarig meisje een gegronde vrees voor vervolging koestert op basis van een risico op VGV, wordt het als vluchteling erkend. Als de ouder(s) geen persoonlijke en gegronde vrees voor vervolging koester(t)en, wordt hem/hen een weigering van de vluchtelingenstatus en van de subsidiaire beschermingsstatus betekend.

De erkenning van de vluchtelingenstatus aan het meisje (bevoegdheid van het CGVS) moet los worden gezien van het verblijfsrecht van de ouder. Als de ouder uitgeprocedeerd is omdat hij geen persoonlijke, gegronde vrees voor vervolging koestert of omdat hij geen risico op ernstige schade loopt, kan hij echter een regularisatieaanvraag indienen op basis van artikel 9 bis van de Vreemdelingenwet (bevoegdheid van de Dienst Vreemdelingenzaken - DVZ).

Het CGVS heeft de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) op de hoogte gebracht van deze beleidswijziging. 

Uitgeprocedeerde ouders kunnen een machtiging tot verblijf aanvragen in het kader van een aanvraag tot regularisatie van verblijf (artikel 9 bis van de wet van 15 december 1980). Voor meer uitleg hierover:

https://dofi.ibz.be/sites/dvzoe/NL/Gidsvandeprocedures/Pages/Aanvraag_om_uitzonderlijk_verblijf.aspx

12 april 2019
Nieuw adres CGVS