Enige tijd terug werd een overzicht gedeeld met de belangrijkste wijzigingen die het Asiel- en Migratiepact (het Pact) met zich meebrengt. Naar aanleiding van meerdere vragen om bijkomende toelichting over de geluidsopname van de persoonlijke onderhouden en de nieuwe bevoegdheid inzake leeftijdsbeoordeling, geven we nog bijkomende duiding.
Zoals aangegeven in de eerdere communicatie is de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet, mede ter uitvoering van het Pact in de Belgische wetgeving, nog niet definitief gestemd of gepubliceerd. Ook de publicatie van de wijzigingen aan het KB die de werking van het CGVS regelt moet nog volgen. Onderstaande informatie geeft dus louter een weergave van de procedure en bevoegdheid zoals beschreven in het wetsontwerp. Deze is dus onderhavig aan mogelijke wijzigingen.
Vanaf 12 juni 2026 zal de informatie op de website van het CGVS aangepast worden aan de nieuwe regels en bevoegdheden. Ook de brochures zullen in lijn worden gebracht met de wijzigingen die het Pact met zich meebrengt.
Geluidsopname persoonlijk onderhoud
Vanaf 12 juni 2026 wordt van elk persoonlijk onderhoud in het kader van verzoeken die vanaf die datum worden ingediend een geluidsopname gemaakt. Voor verzoeken die vóór deze datum werden ingediend, zal een geluidsopname worden gemaakt vanaf de datum van inwerkingtreding van de nieuwe wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet.
De verzoeker wordt vooraf geïnformeerd over de geluidsopname. Daarbij wordt de vertrouwelijkheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer gewaarborgd. Het CGVS neemt passende technische en organisatorische maatregelen om de persoonsgegevens te beschermen tegen onder meer ongeoorloofde toegang, onrechtmatig gebruik, verlies, vernietiging of ongeoorloofde wijzigingen.
Deze geluidsopname kan enkel als bewijsstuk worden gebruikt in de beroepsfase, dus bij een negatieve beslissing. De geluidsopname kan op afspraak beluisterd worden bij het CGVS ter voorbereiding van een beroep, en bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) na het indienen van een beroep.
De toegang tot de geluidsopname van het persoonlijk onderhoud kan worden verleend aan de verzoeker en, in voorkomend geval, de advocaat en een tolk. Voor de minderjarige verzoeker kan de toegang worden verleend aan de verzoeker en de ouder(s) of de voogd, en in voorkomend geval, de advocaat en een tolk. De verzoeker en/of diens advocaat kan/kunnen via een formulier, dat binnenkort beschikbaar zal zijn op de website van het CGVS, een afspraak maken om de geluidsopname bij het CGVS te beluisteren. Bij een minderjarige verzoeker kan dit worden gedaan door diens ouder(s) of voogd. In het voornoemde formulier moet worden aangegeven wie (advocaat/tolk/ouder(s)/voogd) hierbij bijstand zal verlenen, en dus ook aanwezig zal zijn.
Het is de verantwoordelijkheid van de verzoeker (in voorkomend geval de ouder(s) of de voogd) en diens advocaat om in een tolk te voorzien indien gewenst, bijvoorbeeld in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand. Het is bovendien noodzakelijk om een identiteitsbewijs van deze tolk voor te leggen aan het CGVS. De identiteit van de personen die toegang krijgen tot de geluidsopname moet kunnen worden gecontroleerd.
De toegang tot de geluidsopname wordt dus verleend op afspraak. Het CGVS bepaalt de plaats en de datum van de afspraak. Indien het beroep al is ingediend kan de verzoeker de aanvraag richten tot de RvV.
De toegang wordt op een zodanige manier beveiligd dat de vertrouwelijkheid van de geluidsopname gegarandeerd is en dat de bescherming van de persoonsgegevens gewaarborgd is. Dit betekent bijvoorbeeld dat de geluidsopname wordt beluisterd in een afgesloten ruimte of via een hoofdtelefoon, zodat de verklaringen van de verzoeker niet gehoord kunnen worden door derden.
De verzoeker en de advocaat zullen nog steeds de mogelijkheid hebben om een kopie van de notities van het persoonlijk onderhoud aan te vragen. Het blijft vanaf 12 juni 2026 bovendien mogelijk om opmerkingen te maken op deze notities, maar het CGVS is niet langer verplicht eventuele opmerkingen af te wachten alvorens een beslissing te nemen.
Leeftijdsbeoordelingsprocedure
Vanaf 12 juni 2026 zal de vooropgestelde procedure als volgt verlopen:
Als er twijfels zijn over de minderjarigheid van de zelfverklaarde niet-begeleide minderjarige die een verzoek om internationale bescherming indient, maakt de Dienst Vreemdelingenzaken of een andere overheid deze twijfel kenbaar en motiveert zij op grond van welke elementen zij twijfelt.
De Asielprocedureverordening bepaalt dat het CGVS instaat voor de leeftijdsbeoordeling van minderjarige verzoekers wanneer er twijfel bestaat over hun leeftijd. Daarbij legt de verordening een aantal minimumvoorwaarden vast. Zo moet bij twijfel, op basis van verklaringen en andere indicaties, eerst een multidisciplinair onderzoek worden uitgevoerd, met inbegrip van een psychosociaal onderzoek. De beoordeling mag niet uitsluitend steunen op uiterlijke kenmerken of gedrag, en een medisch onderzoek kan slechts als laatste middel worden ingezet. Op basis van voornoemde minimumvoorwaarden werd er door het CGVS een kwalitatieve leeftijdsbeoordelingsprocedure uitgetekend voor verzoekers.
De procedure inzake leeftijdsbeoordeling is een aparte procedure met eigen regels die te onderscheiden is van de procedure inzake internationale bescherming, aangezien zij precies als doel heeft om (voorafgaandelijk) en op korte termijn de leeftijd van een verzoeker te bepalen in het kader van de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.
In een eerste stap zal een gespecialiseerde case officer van het CGVS betrokkene en zijn/haar voorlopige voogd inlichten over de geuite twijfel over de verklaarde minderjarigheid en de leeftijdsbeoordelingsprocedure uiteenzetten. Verzoeker zal tevens worden geïnformeerd over het feit dat mogelijk bij aanhoudende twijfel tot een medisch onderzoek (triple test) kan worden overgegaan en dat er om de toestemming van verzoeker en diens voogd zal worden verzocht.
In uitvoering van artikel 25, lid 1 van de Asielprocedureverordening roept de Commissaris-generaal vervolgens verzoeker op voor een leeftijdsbeoordelingsgesprek met het oog op een multidisciplinaire beoordeling om de leeftijd van de verzoeker te bepalen. In principe zal dit gesprek de dag van de registratie van het verzoek om internationale bescherming bij de DVZ plaatsvinden, in aanwezigheid van de voorlopige voogd en, indien gewenst, een tolk en/of vertrouwenspersoon. Indien de case officer vaststelt dat verzoeker niet in staat is om op afdoende wijze mee te werken aan het leeftijdsbeoordelingsgesprek, zal het gesprek de volgende dag op het CGVS plaatsvinden. Verzoeker en zijn/haar voorlopige voogd worden in dit geval onmiddellijk van de nieuwe afspraak op de hoogte gebracht. Tijdens het leeftijdsbeoordelingsgesprek worden de verklaringen van verzoeker evenals observaties in detail genoteerd. Het leeftijdsbeoordelingsgesprek met de verzoeker kan leiden tot de vaststelling dat de verzoeker minderjarig is, of bij verdere twijfel of een vermoeden van meerderjarigheid, leiden tot de uitvoering van een multidisciplinaire beoordeling door gekwalificeerde beroepsbeoefenaars.
Deze multidisciplinaire beoordeling gebeurt door ambtenaren die een expertise hebben op het gebied van leeftijdsbeoordelingen bij de ontwikkeling van kinderen. Deze experten houden rekening met verschillende factoren zoals bijvoorbeeld fysieke, psychologische, ontwikkelings-, omgevings- en culturele factoren. Hun beoordeling wordt op objectieve wijze verricht op basis van de schriftelijke weergave van het leeftijdsbeoordelingsgesprek, de beschikbare documenten en andere aanwijzingen.
Wanneer er ook na de multidisciplinaire beoordeling twijfel blijft bestaan over de leeftijd van een verzoeker, kan een medisch onderzoek (tripletest) als laatste uitweg worden gebruikt om de leeftijd van de verzoeker te bepalen. Een weigering mee te werken aan het medisch onderzoek kan leiden tot een vermoeden van meerderjarigheid. De case officer baseert zich voor de eindbeslissing steeds op alle elementen aanwezig in het administratieve dossier.
Tegen het resultaat van het leeftijdsonderzoek kan binnen de 60 dagen na de betekening van de beslissing beroep aangetekend worden bij de Raad van State.
Ingeval verzoeker na een definitieve beslissing over de leeftijd beschikking krijgt over nieuwe, objectieve, elementen die alsnog de vastgestelde leeftijd ter discussie kunnen stellen, kan om een heropening van het onderzoek worden verzocht. Het CGVS zal na een eerste beoordeling van deze elementen beslissen al dan niet gevolg aan dit verzoek te geven.
