Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest van 18 juni 2026 (nr. 73/2026) vastgesteld dat de 51/5, 51/8, 51/10, 57/1, § 3, eerste lid, 57/5ter, § 1, 57/6/7, § 4, eerste lid, en 57/24, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, een schending vormen van artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6, lid 3, van de Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG) en met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre zij een persoonlijk onderhoud per videoconferentie toestaan, en niet voorzien in de vermelding van de gebruikte metagegevens en de doeleinden ervan, niet preciseren welke categorieën van personen toegang hebben tot de metagegevens en niet voorzien in een bewaartermijn.
Het CGVS volgt evenwel de lezing van het GwH dat de voornoemde artikelen zo geïnterpreteerd moeten worden dat zij niet toestaan dat het persoonlijk onderhoud per videoconferentie plaatsvindt, zodat er geen schending bestaat met artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6, lid 3, van de Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG) en met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens.
Sinds de inwerkingtreding van de wet van 16 juni 2026 tot wijziging van de Vreemdelingenwet en ter uitvoering van het Migratie- en Asielpact van de Europese Unie, gepubliceerd in het B.S. op 19 juni 2026, is de wettelijke grondslag voor dossiers ingediend vóór 12 juni 2026 artikel 57/5sexies van de Vreemdelingenwet. Voor dossiers ingediend vanaf 12 juni 2026 is de wettelijke basis artikel 10, lid 3 Verordening (EU) 2024/1348 juncto art. 57/5sexies, §2-4 (zie nieuw art. 57/11/1, §2 Vreemdelingenwet), in werking getreden op 12 juni 2026. Er is bovendien een uitdrukkelijke delegatie aan de Koning om bepaalde modaliteiten verder uit te werken zoals is gebeurd in het KB van 11 juli 2003.
Bovendien heeft het CGVS telkens de nodige maatregelen genomen in het kader van gegevensverwerking en worden deze toegelicht in de ‘privacyverklaring persoonlijk onderhoud via videoconferentie’ die overeenkomstig de AVG steeds vóór elk persoonlijk onderhoud met de verzoeker wordt meegedeeld. Bijgevolg voldoet het CGVS telkens aan de modaliteiten rond gegevensverwerking en aan de essentiële elementen die het Hof heeft vastgesteld in zijn arrest.
