Situation sécuritaire

Landeninfo / Situation sécuritaire
Nederlands

De crisis in Burundi vindt haar oorsprong in de controverse over het derde mandaat van president Nkurunziza. Vanaf april 2015 trad de politie met werden overmatig gebruik van geweld op tegen betogingen in de hoofdstad Bujumbura en elders in het land, volgens HRW en AI. Op 13 mei 2015 werd een staatsgreep van legerofficieren en politie verijdeld door regeringsgetrouwe troepen, die terzelfder tijd ook onafhankelijke radiostations aanvielen. Eind juli 2015 won Nkurunziza de presidentsverkiezing, die door de oppositie werd geboycot.

Volgens de geraadpleegde bronnen werd het geweld in Burundi sinds juli 2015 oproerig van aard. In augustus 2015 stelde het ICG dat de situatie in het land het karakter van een oorlog begon aan te nemen, met dagelijkse aanvallen tegen de politie in Bujumbura en elders in het land, granaataanvallen die vaak ook burgerslachtoffers maakten en operaties van de ordediensten in de opstandige wijken, die gepaard gingen met buitenrechtelijke executies, arbitraire arrestaties en foltering. Vanaf september 2015 werden er regelmatig lijken gevonden in de straten van Bujumbura. HRW stelt dat een groot aantal schendingen in het binnenland niet gerapporteerd worden. Volgens de bronnen is er ook sprake van gedwongen rekrutering van Burundese vluchtelingen door gewapende groepen die zich in Rwanda bevinden. Deze groepen, hoofdzakelijk de FOREBU en de RED Tabara, slagen er echter niet om een alliantie te sluiten en hun strategie te coördineren.

Sinds begin 2016 stelt het OHCHR een lichte verbetering vast op het gebied van de mensenrechten, met een daling van de buitenrechtelijke executies, maar het aantal verdwijningen, willekeurige arrestaties en gevallen van foltering blijft hoog. The Voice of America stelt in april 2016 vast dat de granaataanvallen en confrontaties tussen ordediensten en opstandelingen sterk zijn afgenomen. Het ICG stelt ook een daling in het straatgeweld vast maar voegt hierbij toe dat de situatie alleen maar schijnbaar is verbeterd, omdat de repressiemaatregelen voortaan met meer discretie worden uitgevoerd en een meer gericht karakter hebben. Volgens verschillende bronnen heerst er een klimaat van terreur.

HRW en AI stellen dat het aantal slachtoffers moeilijk te bepalen is en dat er een aantal incidenten niet wordt gerapporteerd. In maart 2016 vermelde het OHCHR dat er 474 dodelijke slachtoffers vielen sinds eind april 2015. Het ACLED telde alles samen 1.274 dodelijke slachtoffers, zowel burgers als leden van gewapende groeperingen en leden van de ordediensten. Meer dan de helft van deze slachtoffers vielen in Bujumbura. Om en bij 800 verdwijningen werden door de FIDH opgetekend. Enkele bronnen vermelden dat bewoners van opstandige wijken, vooral jongeren, geviseerd zijn zelfs als ze niet politiek actief zijn. Betogers, (vermeende) opposanten, activisten van het maatschappelijk middenveld en journalisten, alsook hun naaste familieleden en Rwandese staatsburgers waren ook het slachtoffer van ernstige schendingen. Het OHCHR vermeldt dat sinds begin augustus 2015 leden en vertegenwoordigers van de regeringspartij steeds meer geviseerd worden door het geweld.

Hoewel het discours van sommige regeringsvertegenwoordigers aan het discours doet denken dat voorafging aan de Rwandese genocide, zijn de meeste analisten van oordeel dat er in Burundi vooral sprake is van een politieke crisis en niet van een etnische crisis. Sinds eind 2015 worden er wel gewelddadige incidenten gerapporteerd waarin Tutsi specifiek werden geviseerd en met de oppositie worden gelijkgesteld omwille van hun etnische achtergrond.

Het ACLED vermeldt dat in 2015 het geweld vooral in Bujumbura plaatsvond, met als ernstigst incident tientallen buitenrechtelijke executie in de opstandige wijken midden december 2015. Volgens dezelfde bron breidde het geweld zich uit naar andere delen van het land in 2016. Hoewel de pers vermeldt dat er troepenbewegingen van gewapende groeperingen in verschillende provincies worden gesignaleerd en dat sommige gemeentes in het binnenland in het bijzonder worden getroffen door het geweld, wordt in 2016 een daling vastgesteld van het aantal gewapende confrontaties met de ordediensten.

Meer dan 270.000 Burundezen zijn gevlucht naar één van de buurlanden, meestal uit vrees voor de Imbonerakure. Volgens RI heeft de crisis ook duizenden interne vluchtelingen veroorzaakt.

De druk die door de internationale gemeenschap wordt uitgeoefend ten voordele van een inclusieve dialoog blijft tot nu toe zonder resultaat. Verschillende landen, waaronder België, hebben hun samenwerking met Burundi opgeschort. De economie van het land wordt sterk ontregeld door de politieke crisis en de sancties, met, volgens meerdere bronnen, ernstige gevolgen voor de bewegingsvrijheid, het onderwijs, de volksgezondheid en de voedselproductie.

Beleid

De veiligheidssituatie is geleidelijk aan verslechterd in Burundi sinds president NKURUNZIZA op 25 april 2015 aankondigde dat hij zich kandidaat zou stellen voor en derde mandaat als president en sinds de daaropvolgende mislukte staatsgreep van 13 mei 2015. De veiligheidssituatie in het land is momenteel problematisch en ernstig. Deze situatie heeft geleid tot daden van occasioneel of gericht geweld, hoofdzakelijk vanwege de overheid, hoewel dergelijke daden ook door opposanten kunnen worden gepleegd. Deze situatie heeft ook geleid tot confrontaties tussen het Burundese leger en gewapende groepen. Uit de beschikbare informatie blijkt dat deze confrontaties geen aanhoudend karakter hebben en in tijd en ruimte beperkt blijven.

Land: 
Burundi

Contact

Voor asielzoekers

WTC II

Koning Albert II laan, 26A
1000 Brussel

Voor bezoekers

WTC II

Koning Albert II laan 28-30

1000 Brussel

Op zoek naar meer specifieke ‘contact’informatie? Alle contacten zijn te vinden op Contact .