Het kind in de asielprocedure

De minderjarige vreemdeling

Elk kind dat in om het even welke verblijfsprocedure is vergezeld door (een) ouder(s) of wettelijke voogd, wordt als begeleide minderjarige vreemdeling beschouwd. Ook Europese kinderen, vergezeld van (een) ouder(s) zijn begeleide minderjarige vreemdelingen.

De begeleide minderjarige vreemdeling
  • is jonger dan 18 jaar
  • verblijft met zijn ouder(s) of wettelijke voogd in België
  • zijn ouder(s) of hijzelf heeft (hebben) een asielaanvraag ingediend.
De niet begeleide minderjarige vreemdeling
  • is jonger dan 18 jaar
  • is afkomstig uit een land buiten de Europese Unie
  • verblijft zonder ouder(s) of (wettelijke) voogd in België
  • heeft asiel aangevraagd of verblijft zonder legale verblijfsdocumenten in België.

Wettelijk statuut

De niet begeleide minderjarige vreemdeling in België heeft een wettelijk statuut met bijkomende rechten. Gezien de grote kwetsbaarheid van kinderen werd in het Koninklijk Besluit van 11 juli 2003 tot regeling en werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen een bijzondere procedure voor de behandeling van asielaanvragen van niet-begeleide minderjarigen vastgelegd.

Aangepaste asielprocedure

Elk kind is kwetsbaar en niet-begeleide kinderen zijn dit nog  meer. Vaak komen kinderen na een traumatiserende reis alleen in een vreemd land met een vreemde cultuur terecht. Kinderen hebben daardoor vaak meer moeite om hun asielverhaal op een duidelijke manier te vertellen.

De registratie van de asielaanvraag

Bij de registratie van de asielaanvraag van een niet-begeleide minderjarige in België krijgt hij een voogd toegewezen door de dienst Voogdij. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) en andere instanties kunnen bij de dienst Voogdij twijfels uiten over de leeftijd van de minderjarige. De dienst Voogdij geeft hierna opdracht tot een leeftijdsbepaling. Het medisch onderzoek (een drievoudige radiografie van gebit, sleutelbeen en pols) vindt plaats in een ziekenhuis, waarmee de dienst Voogdij samenwerkt.

De rol van de voogd is wettelijk bepaald in de Voogdijwet (Programmawet (I) (art 479) - Titel XIII - Hoofdstuk vi: Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, 24 december 2002).

Het gehoor

Gespecialiseerde protection officers

Op het CGVS staat een team van gespecialiseerde protection officers in voor de behandeling van asielaanvragen ingediend door niet-begeleide minderjarigen.

De protection officers genoten naast de basisopleiding  en minstens twee jaar ervaring in het interviewen van volwassenen een specifieke opleiding.

Deze opleiding focust specifiek op:

  • de Belgische en Europese wetgeving, richtlijnen, bepalingen en de voogdijwetgeving
  • het beginsel van het hoger belang van het kind
  • de ontwikkelingsfasen van het kind en de verschillende niveaus van maturiteit
  • de werking van het geheugen van het kind
  • indicatoren van kwetsbaarheid bij het kind
  • het mogelijke mandaat van een kind
  • de positie van het kind in de verschillende culturen en de interculturele communicatie met kinderen
  • kind-specifieke vormen van vervolging.
Aangepaste gehoormethode

Het gehoor van een kind verschilt in bepaalde opzichten van dat van een volwassene. Zo vindt het gehoor plaats in een aparte gehoorruimte. De protection officer past zijn taal aan het kind aan en nodigt het uit om, vanuit de eigen belevingswereld en ervaring, zoveel mogelijk spontaan te vertellen. Daarbij beperkt hij het stellen van gesloten vragen tot een minimum zodat de beïnvloeding van het kind beperkt blijft. Tijdens het gehoor kan het kind via tekeningen of andere hulpmiddelen zijn of haar verhaal verduidelijken. Er worden pauzes voorzien. Het kind mag een pauze vragen wanneer het daar behoefte aan heeft. De tolken die de kinderen tijdens het gehoor bijstaan, hebben eveneens een specifieke opleiding genoten.

Omdat het voor een kind niet evident is om zijn of haar asielrelaas te vertellen aan een onbekende protection officer, staat een voogd het kind bij tijdens het gehoor op het CGVS. Voor een niet-begeleid kind is de aanwezigheid van de voogd (ook verankerd in de Voogdijwet) tijdens het gehoor bijzonder belangrijk. Het CGVS legt het gehoor van een niet-begeleid kind altijd vast in overleg met de voogd. Dit geeft de voogd de mogelijkheid om samen het kind het gehoor tijdig en uitgebreid voor te bereiden.

De voogd:

  • zorgt voor de aanstelling van een advocaat voor het kind
  • zorgt ervoor dat de rechten van het kind tijdens de asielprocedure worden gevrijwaard
  • steunt het kind tijdens het gehoor
  • kan voor, tijdens of binnen de vijf dagen na het gehoor relevante gegevens, documenten, medische verslagen of opmerkingen over de asielaanvraag van het kind aan het CGVS overmaken, of wijzen op een bijzondere problematiek die het kind aanbelangt
  • let er tijdens het gehoor op dat het kind vrijuit alles kan vertellen wat aanleiding heeft gegeven tot de asielaanvraag en zijn of haar vrees
  • mag als enige aanwezige tussenkomen tijdens het gehoor en opmerkingen geven of toevoegingen doen.

Aangepaste beoordeling van de asielaanvraag

Bij de beoordeling van de asielaanvraag past het CGVS het voordeel van de twijfel in de meest ruime zin toe. Het hoger belang van het kind en de kwetsbaarheid ervan zijn hierbij doorslaggevend. Kinderen beleven de wereld om hen heen op een andere manier dan volwassenen en interpreteren zaken en gebeurtenissen op kind-specifieke wijze. Er kan niet worden verwacht dat het kind op alles een antwoord weet en eenduidig kan antwoorden.

Waar wenselijk en mogelijk roept het CGVS getuigen op voor het gehoor (ooms, tantes,... die in België verblijven) om de situatie van het kind te verduidelijken. Ten slotte maakt het CGVS gebruik van kind-specifieke informatie om de situatie zo uitgebreid mogelijk te onderzoeken en op correcte wijze in te schatten.

De beslissing

De commissaris-generaal gebruikt bij zijn beslissing een taal die is aangepast aan de leeftijd en het profiel van de niet-begeleide minderjarige asielzoeker. De voogd krijgt de originele beslissing, de advocaat en de niet-begeleide minderjarige krijgen een kopie van de beslissing.

De minderjarigen-coördinator

Het CGVS beschikt over een coördinator voor minderjarige asielzoekers. De coördinator is op de hoogte van alles wat betrekking heeft op de behandeling van asielaanvragen van niet-begeleide minderjarige kinderen. Zij volgt ook hun asieldossiers nauw op. De protection officer kan zich tot de coördinator wenden met vragen over wetgeving en rechtsleer over kinderen in de asielprocedure. Ook kan de protection officer met de coördinator overleg plegen over een individueel asieldossier. Voogden kunnen zich eveneens met vragen of opmerkingen tot deze coördinator wenden.